Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 67 Sv

Gevallen waarin voorlopige hechtenis is toegelaten redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven in geval van verdenking van: a.een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld; b.een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 138a, 138aa, 138ab, 138b, 138c, 139c, 139d, eerste en tweede lid, 139g, 140, tweede lid, 141a, 137c, derde lid, 137d, eerste lid, 137e, tweede lid, 137g, tweede lid, 151, 184a, 189a, eerste en derde lid, 251, 254b, 254ba, 254c, 272, 284, eerste lid, 285, eerste lid, 285b, 285c, 285d, 300, eerste lid, 321, 326c, tweede lid, 326d, 340, 342, 344a, 344b, 347, eerste lid, 350, 350a, 350c, 350d 351, 372, 395, 417bis, 420bis.1, 420quater en 420quater.1 van het Wetboek van Strafrecht; c.een der misdrijven omschreven in: artikel 2.66 van de Energiewet; artikel 8.12, eerste en tweede lid, van de Wet dieren; de artikelen 175, eerste lid, 176, eerste lid, en 176, tweede lid, voor zover dit betreft artikel 7, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wegenverkeerswet 1994; artikel 30, tweede lid, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag; de artikelen 52, 53, eerste lid en 54 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst; artikel 36 van de Wet op de kansspelen; de artikelen 10c, 11, tweede lid, en 11a van de Opiumwet; artikel 55, tweede lid, van de Wet wapens en munitie; artikel 11 van de Wet tijdelijk huisverbod; artikel 8 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding.

  2. 2

    Het bevel kan voorts worden gegeven indien geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland van de verdachte kan worden vastgesteld en hij verdacht wordt van een misdrijf waarvan de rechtbanken kennis nemen en waarop, naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld.

  3. 3

    De voorgaande leden van dit artikel vinden alleen toepassing wanneer uit feiten of omstandigheden blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte.

  4. 4

    In afwijking van het derde lid zijn bij verdenking van een terroristisch misdrijf ernstige bezwaren niet vereist voor een bevel tot bewaring. Bij verdenking van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 114b, 120b, 140a, 176b, 289a, 304b en 415b, van het Wetboek van Strafrecht kan tevens een bevel tot gevangenhouding van de verdachte worden gegeven voor een duur van telkens ten hoogste tien dagen zonder dat ten aanzien van de verdachte ernstige bezwaren bestaan, waarbij de duur van de bevelen tot gevangenhouding zonder ernstige bezwaren tezamen een periode van dertig dagen niet te boven gaat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:467Parket bij de Hoge Raad, 19 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Onderzoek Kievit. Deelneming criminele organisatie, poging tot afpersing in vereniging en medeplegen poging doodslag en zware mishandeling. Drie middelen. Eerste en tweede middel klagen…

  • ECLI:NL:HR:2026:679Hoge Raad, 17 april 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid Staat voor strafrechtelijk optreden. Art. 5 lid 1 en 3 EVRM en art. 37, aanhef en onder b en d, IVRK. Inverzekeringstelling minderjarige (art. 57…

  • ECLI:NL:HR:2026:178Hoge Raad, 10 februari 2026 (strafrecht)

    Onderzoek Vidar. Eendaadse samenloop van medeplegen bereiden en aanwezig hebben van speed (art. 2.B en 2.C Opiumwet), medeplegen witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr) en gewoontewitwassen van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:72Parket bij de Hoge Raad, 20 januari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Bijtincident met honden. Veroorzaken zwaar lichamelijk letsel door schuld (308 Sr). Falende middelen over 1. verwerping van rechtmatigheidsverweer, 2. uitblijven responsie op…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2711Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 oktober 2026 (strafrecht)

    Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaren met aftrek van voorarrest voor het meermalen in eendaadse samenloop medeplegen van het (verlengd) invoeren en vervoeren van…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6264Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 september 2026 (strafrecht)

    Het hof heeft verdachte gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. Verder heeft het hof verdachte veroordeeld ten aanzien van de onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5790Rechtbank Overijssel, 16 september 2026 (strafrecht)

    De raadkamer is van oordeel dat een beroep op de uitzonderingsgronden niet kan slagen. Het bezwaar van veroordeelde is dus ongegrond.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2819Gerechtshof Amsterdam, 7 september 2026 (strafrecht)

    De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van verdovende middelen en aan voorbereidingshandelingen voor de handel van deze middelen. Verweer vormverzuim verworpen.…

1.325 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.