Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 257f Sv

Geldt sinds 6 januari 2014

  1. 1

    De officier van justitie brengt, tenzij hij de strafbeschikking intrekt, het verzet en de processtukken ter kennis van de rechtbank. Hij roept de verdachte voor de terechtzitting op; tussen de dag waarop de oproeping aan de verdachte is betekend en die der terechtzitting moeten ten minste tien dagen verlopen. De artikelen 260, vijfde lid, en 265, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Indien bij het verzet een adres in Nederland is opgegeven dat afwijkt van het adres waar de verdachte als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, wordt een afschrift van de oproeping aan het opgegeven adres toegezonden, tenzij de oproeping inmiddels aan de verdachte in persoon is uitgereikt.

  2. 2

    Bij gebreke van een betekening overeenkomstig het eerste lid, wordt door de rechter de oproeping tegen een nieuwe rechtsdag bevolen, tenzij de verdachte is verschenen. In dit laatste geval wordt, indien de verdachte in het belang van zijn verdediging uitstel verzoekt, het onderzoek voor bepaalde tijd geschorst.

  3. 3

    De behandeling der zaak vindt plaats overeenkomstig de zesde, zevende of achtste titel van het Tweede Boek. De omschrijving van de gedraging in de oproeping wordt daarbij als tenlastelegging aangemerkt. Deze is gelijk aan de korte omschrijving van de gedraging in de strafbeschikking of betreft een opgave van hetzelfde feit die aan de eisen van artikel 261, eerste en tweede lid, beantwoordt. In afwijking in zoverre van artikel 349, eerste lid, kan de nietigheid van de oproeping worden uitgesproken.

  4. 4

    Indien het verzet niet tijdig of onbevoegdelijk is gedaan dan wel niet aan de vereisten van artikel 257e, vierde lid, is voldaan, wordt het niet ontvankelijk verklaard. Indien de rechter de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie uitspreekt, dan wel de verdachte vrijspreekt, ontslaat van alle rechtsvervolging of veroordeelt, vernietigt hij de strafbeschikking.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:955Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring in verzet tegen strafbeschikking na betaling (art. 257e lid 1, derde volzin, Sv). Slagende klacht dat het kennelijke oordeel van het hof dat de verdachte…

  • ECLI:NL:PHR:2023:993Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2023 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Veroordeling wegens mishandeling (art. 300 Sr). 1. Klacht dat het hof de verdachte ten onrechte ontvankelijk in zijn verzet heeft verklaard, aangezien het verzet buiten de termijn…

  • ECLI:NL:PHR:2020:302Parket bij de Hoge Raad, 31 maart 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 257e.1 Sv en art. 257f.4 Sv. Art. 6 EVRM. Ontvankelijkheid van verzet ingesteld na vrijwillige betaling van de strafbeschikking. Afstand van het recht verzet in te stellen, terwijl…

  • ECLI:NL:PHR:2020:122Parket bij de Hoge Raad, 11 februari 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Klacht over het oordeel van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in zijn verzet tegen een strafbeschikking, nu het verzet door een door de verdachte ingeschakelde adviseur…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:3019Gerechtshof Amsterdam, 20 juli 2026 (strafrecht)

    Verdenking van erfvredebreuk en zich op andermans grond bevinden zonder daartoe gerechtigd te zijn. Het hof is, met de raadsman, van oordeel dat de uitbreiding van de tenlastelegging in strijd is met…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:3981Rechtbank Gelderland, 21 mei 2025 (strafrecht)

    Aanvaring tussen twee vrachtschepen op de Waal. Toepasselijke regels: Rijnvaartpolitiereglement 1995 en de Herziene Rijnvaartakte (Akte van Mannheim 1868). Procedurele verweren: Obscuur libel omdat…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:7641Rechtbank Gelderland, 28 februari 2025 (strafrecht)

    /

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:13120Rechtbank Noord-Holland, 24 december 2024 (strafrecht)

    Verdachte wordt verdacht van (1) voorhanden hebben van een busje traangas, (2) aanwezig hebben van meer dan 30 gram hennep en (3) het voorhanden hebben van accijnsgoederen (sigaretten) die niet in de…

43 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.