Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 491 Sv

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Onverminderd artikel 489, eerste lid, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand voor de verdachte die geen raadsman heeft, een raadsman aan, nadat hij er door het openbaar ministerie over in kennis is gesteld dat tegen de verdachte een vervolging, anders dan door een strafbeschikking, is aangevangen wegens een feit waarvan in eerste aanleg de rechtbank, niet zijnde de kantonrechter, kennis neemt. Artikel 40, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Indien de officier van justitie voornemens is om in een strafbeschikking ter zake van misdrijf een taakstraf als bedoeld in artikel 77f, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht op te leggen en deze meer dan twintig uren zal belopen, dan wel betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel, die afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 115, roept deze de verdachte op om te worden gehoord. Voor de verdachte die geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman aan, nadat hij door het openbaar ministerie over dit voornemen is ingelicht. Bij die oproeping wordt tevens medegedeeld dat de verdachte zich door een raadsman kan laten bijstaan.

  3. 3

    Voor de veroordeelde die geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman aan, indien de veroordeelde diens bijstand behoeft gelet op de aard van een krachtens de artikelen 6:6:3 of 6:6:37, in verband met artikel 6:6:4, derde lid, af te nemen verhoor.

  4. 4

    De aanwijzing, bedoeld in het derde lid, geschiedt op last van de voorzitter van de rechtbank, onderscheidenlijk, wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg, door de voorzitter van het gerechtshof.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1251Parket bij de Hoge Raad, 14 november 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid voor strafrechtelijk optreden. Inverzekeringstelling minderjarige. Toetsing aan o.m. de art. 5 EVRM en 3 en 37 IVRK. Betekenis Beijingsregels…

  • ECLI:NL:PHR:2025:432Parket bij de Hoge Raad, 15 april 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Schending Leerplichtwet. Verdachte n-o in hb tegen verstekvonnis kantonrechter. Middel 1 klaagt over afwijzing van door vader van verdachte gedane aanhoudingsverzoek en…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BX4269Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2012 (strafrecht)

    Gebruik als bewijs van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Verschoningsrecht van de opsteller van dat rapport. HR: Aangenomen moet worden dat de inhoud van een op de voet van art.…

  • ECLI:NL:PHR:2000:AB1240Parket bij de Hoge Raad, 20 juni 2000 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:23874Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026 (strafrecht)

    Verzoek 530 Sv. Kosten rechtsbijstand. Last tot toevoeging ingetrokken na sepot. Verweer dat advocaat geen specialisme in jeugdstrafrecht heeft dus geen aanspraak kon maken op toevoeging. Verzoek…

  • ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ8214Rechtbank Haarlem, 1 juni 2011 (strafrecht)

    Minderjarige verdachte. Verwerping verweer onrechtmatig verkregen bewijs dmv burgerpseudodienstverlening. Verwerping verweer schending IVRK. Medeplegen (verlengde) invoer cocaine: afhaler. Geen…

  • ECLI:NL:GHARN:2005:466Gerechtshof Arnhem, 4 februari 2005 (strafrecht)

    Artikel 488 Sv e.v. Voorlopige hechtenis bij verdachte die ten tijde van het begaan van het feit nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt. Voorgeleiding voor kinderrechter. Artikel 78…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.