Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 386 Sv

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De oproeping voldoet aan de eisen die in artikel 261, eerste lid, aan de dagvaarding zijn gesteld, met dien verstande dat met een korte aanduiding van het feit kan worden volstaan. Artikel 260, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Bij de oproeping wordt vermeld dat de korte aanduiding van het feit bij de aanvang van het onderzoek op de zitting zal worden aangevuld of verbeterd. De schriftelijke aanvulling of verbetering kan tien dagen voor de aanvang van de terechtzitting op de griffie van de rechtbank worden ingezien.

  3. 3

    De aanvulling of verbetering bedoeld in het tweede lid wordt toegezonden aan het door de verdachte opgegeven adres.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2015:3249Hoge Raad, 10 november 2015 (strafrecht)

    Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de relevante bepalingen en wetsgeschiedenis – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De aan…

  • ECLI:NL:HR:2015:3251Hoge Raad, 10 november 2015 (strafrecht)

    Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de relevante bepalingen en wetsgeschiedenis – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De aan…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2235Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2015 (strafrecht)

    Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de relevante bepalingen en wetsgeschiedenis – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De aan…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2236Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2015 (strafrecht)

    Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de relevante bepalingen en wetsgeschiedenis – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De aan…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV7417Parket bij de Hoge Raad, 3 april 2012 (strafrecht)

    1. Art. 51 Sv. 2. Art. 409.2 Sv. Ad 1. De raadsvrouwe stond de verdachte in e.a. bij. De OvJ ging in h.b. Het bijstaan in e.a. geldt tot het moment de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan dan…

  • ECLI:NL:HR:2001:AB2936Hoge Raad, 2 november 2001 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2001:AB2936Parket bij de Hoge Raad, 2 november 2001 (strafrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.