Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 80 Sv

Schorsing van de voorlopige hechtenis redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 oktober 2010

  1. 1

    De rechter kan - ambtshalve, op de vordering van het openbaar ministerie of op het verzoek van de verdachte - bevelen dat de voorlopige hechtenis zal worden geschorst, zodra de verdachte al of niet onder zekerheidstelling zich, in de vorm door de rechter te bepalen, bereid heeft verklaard tot nakoming van de aan de schorsing te verbinden voorwaarden. De vordering onderscheidenlijk het verzoek zijn met redenen omkleed.

  2. 2

    Onder de voorwaarden der schorsing wordt steeds opgenomen: 1°. dat de verdachte, indien de opheffing der schorsing mocht worden bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorloopige hechtenis niet zal onttrekken; 2°. dat de verdachte, ingeval hij wegens het feit, waarvoor de voorloopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken; 3°. dat de verdachte, voor zover aan de schorsing voorwaarden zijn verbonden betreffende het gedrag van de verdachte, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

  3. 3

    De zekerheidstelling voor de nakoming der voorwaarden bestaat hetzij in de storting van geldswaarden door den verdachte of een derde, hetzij in de verbintenis van een derde als waarborg. In het laatste geval wordt bij het verzoek overgelegd eene schriftelijke bereidverklaring van den waarborg.

  4. 4

    De verdachte en de waarborg worden in de gelegenheid gesteld op het verzoek als bedoeld in het eerste lid, te worden gehoord. Van het horen kan worden afgezien, indien het verzoek niet met redenen is omkleed. Van het horen kan voorts worden afgezien indien de verdachte reeds eerder op een verzoek tot schorsing is gehoord.

  5. 5

    De rechter bepaalt in zijne beslissing het bedrag waarvoor en de wijze waarop zekerheid zal zijn te stellen.

  6. 6

    Bij het begeleiden bij de naleving van de voorwaarden betreffende het gedrag van de verdachte wordt de identiteit van de verdachte vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.

  7. 7

    In de gevallen waarin verlof kan worden verleend op grond van het bepaalde bij of krachtens de Penitentiaire beginselenwet, blijft deze paragraaf buiten toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1355Hoge Raad, 25 augustus 2026 (strafrecht)

    Poging tot uitlokking van moord in 2023 in Nieuwegein, art. 46a jo. 289 Sr. Bewijsklacht “begin van uitvoering” a.b.i. art. 46a Sr. Kan uit bewijsvoering een begin van uitvoering van uitlokking van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:697Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Poging tot afpersing fruitbedrijf in Hedel en daarmee verband houdende woningaanslagen. I. Falende middelen over I) voorwaardelijk opzet op de dood, II) strafmotivering, III) opheffing…

  • ECLI:NL:PHR:2026:589Parket bij de Hoge Raad, 16 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Poging tot uitlokking van moord (art. 46a jo. 289 Sr). Heeft verdachte in door hem geschreven en/of ter verzending aangeboden brieven gepoogd een ander te bewegen tot het plegen van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:250Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2026 (strafrecht)

    Vordering cassatie in het belang der wet. Kunnen de voorwaarden bij een voorwaardelijke PIJ-maatregel (art. 77s jo. art. 77x jo. art. 77z Sr) en het daarop uit te oefenen toezicht (art. 77aa Sr)…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14314Rechtbank Rotterdam, 13 oktober 2026 (strafrecht)

    De verdachte heeft twee medewerkers van de P.I. Dordrecht mishandeld. Eén van die medewerkers heeft daarbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen, te weten een dubbele open kaakbreuk. De mishandelingen…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6656Rechtbank Oost-Brabant, 9 september 2026 (strafrecht)

    De meervoudige strafkamer van de rechtbank Oost-Brabant wijst een schorsingsverzoek ten behoeve van het uitzitten van (een) openstaande gevangenisstraf(fen) toe en sluit zich aan bij de door de…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6657Rechtbank Oost-Brabant, 9 september 2026 (strafrecht)

    De meervoudige strafkamer van de rechtbank Oost-Brabant wijst een schorsingsverzoek ten behoeve van het uitzitten van (een) openstaande gevangenisstraf(fen) toe en sluit zich aan bij de door de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6232Rechtbank Midden-Nederland, 2 september 2026 (strafrecht)

    Geen schoring voorlopige hechtenis, art. 15 Grondwet en art. 5 EVRM. Het uitzitten van een onherroepelijke gevangenisstraf is een alternatief dat minder ingrijpt op het fundamentele recht op vrijheid…

156 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.