Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 257d Sv

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    Een afschrift van de strafbeschikking wordt zo veel mogelijk in persoon aan de verdachte uitgereikt. Met een uitreiking in persoon wordt gelijkgesteld de weigering van de verdachte om het afschrift in ontvangst te nemen.

  2. 2

    Indien uitreiking van het afschrift niet in persoon plaatsvindt, wordt het afschrift toegezonden aan het in de basisregistratie personen vermelde adres van de verdachte dan wel, indien deze niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, aan de woon- of verblijfplaats van de verdachte. Toezending van het afschrift kan tevens plaatsvinden door een elektronische overdracht als bedoeld in artikel 36b, derde lid. Indien de verdachte bij zijn eerste verhoor in de desbetreffende strafzaak aan de verhorende ambtenaar een ander adres in Nederland heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden, wordt tevens een afschrift aan dat adres toegezonden.

  3. 3

    Indien de verdachte een rechtspersoon, een maatschap of vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, een doelvermogen of een rederij is, kan het afschrift worden uitgereikt aan onderscheidenlijk een bestuurder van de rechtspersoon, een aansprakelijke vennoot, een bestuurder van het doelvermogen, de boekhouder of een lid van de rederij, dan wel aan een persoon die gemachtigd is het afschrift in ontvangst te nemen. Het afschrift wordt in deze gevallen geacht in persoon aan de verdachte uitgereikt te zijn. Indien uitreiking van het afschrift niet op deze wijze plaatsvindt, wordt het toegezonden aan een van de verdachte bekend adres. Als zodanig worden aangemerkt de woonplaats van de rechtspersoon, de plaats van het kantoor van de rechtspersoon, de maatschap of vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, het doelvermogen of de rederij, alsmede het in de basisregistratie personen vermelde adres van elk der bestuurders, aansprakelijke vennoten of de boekhouder en elk der leden van de rederij. Indien een bestuurder, aansprakelijke vennoot of de boekhouder of een lid van de rederij bij zijn eerste verhoor in de desbetreffende strafzaak aan de verhorende ambtenaar een ander adres in Nederland heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden, wordt tevens een afschrift aan dat adres toegezonden.

  4. 4

    Toezending vindt plaats door elektronische overdracht of bij brief. Toezending van strafbeschikkingen houdende betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel die afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 2000, geschiedt door elektronische overdracht of bij aangetekende brief. Van elke uitreiking of toezending wordt aantekening gehouden op de wijze, bij algemene maatregel van bestuur bepaald.

  5. 5

    Indien bij de officier van justitie een verzoek als bedoeld in artikel 51ac, tweede lid en eerste lid, onder d, is gedaan, wordt door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aan het slachtoffer een afschrift van de strafbeschikking toegezonden. Voorts wordt door Onze Minister van Justitie en Veiligheid een afschrift toegezonden aan de rechtstreeks belanghebbende die de officier van justitie bekend is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:993Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2023 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Veroordeling wegens mishandeling (art. 300 Sr). 1. Klacht dat het hof de verdachte ten onrechte ontvankelijk in zijn verzet heeft verklaard, aangezien het verzet buiten de termijn…

  • ECLI:NL:PHR:2020:920Parket bij de Hoge Raad, 13 oktober 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 257d en 257e Sv, termijn doen van verzet na toezending van een afschrift van een strafbeschikking per gewone post. Kennelijk oordeel van het hof dat zich een omstandigheid heeft…

  • ECLI:NL:HR:2019:1918Hoge Raad, 10 december 2019 (strafrecht)

    Belediging van politieagent, art. 266.1 jo. 267.2 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn verzet tegen strafbeschikking, nu verzet te laat is gedaan. Kan worden vastgesteld dat strafbeschikking…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1289Parket bij de Hoge Raad, 10 september 2019 (strafrecht)

    volgt.

  • ECLI:NL:PHR:2019:835Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Ontvankelijkheid h.b. en recht op vertaling essentiële processtukken, art. 366.4 Sv. Aan in Guinee geboren verdachte is geen vertaling mededeling verstekvonnis verstrekt.

  • ECLI:NL:PHR:2019:836Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Ontvankelijkheid h.b. en recht op vertaling essentiële processtukken, art. 386.1 jo. 260.5 Sv. Aan Roemeense verdachte is geen vertaling oproeping voor tz. Ktr verstrekt.

  • ECLI:NL:GHSHE:2018:4867Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 november 2018 (strafrecht)

    Verzet tegen strafbeschikking ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Onduidelijkheid over het moment waarop de termijn voor het instellen van verzet een aanvang heeft genomen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2018:3429Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 augustus 2018 (strafrecht)

    Verzet tegen strafbeschikking ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Onduidelijkheid over het moment van uitreiking van het afschrift van een strafbeschikking. Bij afwezigheid van een degelijke…

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.