Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 216 Sv

Geldt sinds 1 januari 2010

  1. 1

    De rechter-commissaris beëdigt de getuige of deskundige indien: a.er naar zijn oordeel gegrond vermoeden bestaat dat deze niet op de terechtzitting zal kunnen verschijnen of dat diens gezondheid of welzijn door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht, en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om hem ter terechtzitting te ondervragen, b.de overlegging van beëdigde verklaringen noodzakelijk is om de uitlevering van de verdachte te verkrijgen; c.een afspraak ingevolge artikel 226h, derde lid, of artikel 226k, eerste lid, rechtmatig is geoordeeld.

  2. 2

    Onverminderd de beëdiging van een getuige op grond van het eerste lid en de artikelen 226c, tweede lid, en 226n, tweede lid, kan de rechter-commissaris, indien hij dat noodzakelijk acht in verband met de betrouwbaarheid van de door de getuige af te leggen verklaring, overgaan tot beëdiging.

  3. 3

    Indien de rechter-commissaris dit buiten de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a en b, noodzakelijk oordeelt, kan hij de deskundige bij zijn verhoor beëdigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:806Parket bij de Hoge Raad, 18 juli 2025 (strafrecht)

    Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Getuigenverhoor door een senior gerechtsjurist. In een pilot van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geschiedt het verhoor van getuigen, na een…

  • ECLI:NL:PHR:2024:6Parket bij de Hoge Raad, 9 januari 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Verdenking van verkrachting door begeleider van bewoonster van instelling voor jongeren met licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1170Parket bij de Hoge Raad, 1 november 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Meineed (art. 207 Sr). De eerste drie middelen bevatten bewijsklachten over de bewezenverklaarde meineed. Het vierde middel klaagt over de motivering van de opgelegde straf. Conclusie…

  • ECLI:NL:PHR:2022:46Parket bij de Hoge Raad, 21 januari 2022 (personen- en familierecht)

    Familierecht. Kinder- en partneralimentatie. Ingangsdatum wijziging, (tegen)bewijs in alimentatiezaken; devolutieve werking; ontslag getuige, klacht over niet terugkomen van overweging in…

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:3655Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 december 2021 (strafrecht)

    Zedenzaak. Verkrachting door een groepsbegeleider binnen een instelling voor jongeren met een licht verstandelijke beperking, gecombineerd met ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische…

  • ECLI:NL:PHR:2017:123Parket bij de Hoge Raad, 10 januari 2017 (strafrecht)

    Onttrekking aan bevoegd opzicht van 16-jarig onder toezicht gesteld meisje door 25-jarige verdachte (art. 279.1 Sr) en aan de nasporing van politieambtenaren onttrekken van dat minderjarige meisje…

  • ECLI:NL:PHR:2015:801Parket bij de Hoge Raad, 31 maart 2015 (strafrecht)

    Slagende bewijsklacht meineed. De bewezenverklaring is mede in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd ontoereikend gemotiveerd. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet z.m. volgen…

  • ECLI:NL:RBOBR:2013:4888Rechtbank Oost-Brabant, 3 september 2013 (strafrecht)

    In een meineedzaak overweegt de rechtbank ambtshalve dat het bestanddeel ‘gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert of daaraan rechtsgevolgen verbindt’ ook vervuld…

29 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.