Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 46 Sv

Geldt sinds 1 maart 2017

  1. 1

    Indien uit bepaalde omstandigheden een ernstig vermoeden voortvloeit dat het vrije verkeer tussen raadsman en verdachte hetzij zal strekken om de verdachte bekend te maken met enige omstandigheid waarvan hij in het belang van het onderzoek tijdelijk onkundig moet blijven, hetzij wordt misbruikt voor pogingen om de opsporing der waarheid te belemmeren, kan tijdens het voorbereidend onderzoek de officier van justitie, telkens bevelen dat de raadsman geen toegang tot de verdachte zal hebben of deze niet alleen zal mogen spreken en dat brieven of andere stukken, tussen raadsman en verdachte gewisseld, niet zullen worden uitgereikt.

  2. 2

    Het bevel omschrijft de bepaalde omstandigheden bedoeld in het eerste lid; het beperkt de vrijheid van verkeer tussen raadsman en verdachte niet meer en wordt voor niet langer gegeven, dan door die omstandigheden wordt gevorderd, en is in elk geval slechts gedurende ten hoogste zes dagen van kracht. Van het bevel geschiedt schriftelijke mededeling aan de raadsman en aan de verdachte.

  3. 3

    De officier van justitie onderwerpt het bevel onverwijld aan het oordeel van de rechtbank, in het arrondissement waarin hij is aangesteld. De rechtbank beslist zo spoedig mogelijk na de raadsman te hebben gehoord, althans schriftelijk opgeroepen. De rechtbank kan bij haar beslissing het bevel opheffen, wijzigen of aanvullen.

  4. 4

    Alle belemmeringen van het vrij verkeer tussen raadsman en verdachte, die op grond van het tweede en derde lid zijn bevolen, nemen een einde zodra de dagvaarding ter terechtzitting in eerste aanleg aan de verdachte is betekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1199Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 april 2025 (strafrecht)

    Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1200Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 april 2025 (strafrecht)

    Witwassen, meermalen gepleegd. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd…

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:2319Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 juli 2024 (strafrecht)

    Het hof spreekt de verdachte vrij van de tenlastegelegde voorbereiding van een of meerdere moorden en veroordeelt de verdachte ter zake van 'Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet…

  • ECLI:NL:RBZWB:2020:5646Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 november 2020 (strafrecht)

    Geen keuzevrijheid in het volgen van procedure art 45/46 jo 490 Sv ofwel art 488ab Sv. Art 488ab Sv is een lex specialis. Ovj niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:GHDHA:2018:1715Gerechtshof Den Haag, 13 juni 2018 (strafrecht)

    De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een koffer met daarin een aantal belangrijke persoonlijke documenten alsmede een aanzienlijk geldbedrag. Het hof veroordeelt de verdachte tot…

  • ECLI:NL:RBNHO:2016:233Rechtbank Noord-Holland, 18 januari 2016 (strafrecht)

    De raadsman heeft een beroep gedaan op een partiële nietigheid van de dagvaarding. Volgens artikel 46 Sr zijn voorbereidingshandelingen strafbaar van een misdrijf waarop naar de wettelijke…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.