Wet dieren

Huidige tekst

Artikel 8.12 Wet dieren

Geldt sinds 1 juli 2024

Strafmaat 1 Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1 eerste lid, 2.2, zesde lid, eerste volzin, en achtste lid, 2.10, eerste lid en 2.14, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of een geldboete van de vijfde categorie. 2 Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen artikel 2.8, eerste lid, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, voor zover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of een geldboete van de vijfde categorie. 3 Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, zesde lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.8, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen bedoeld in het vierde lid, onderdelen d en e, 2.9, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 2.14, tweede lid, 2.15, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 4.4, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie. 4 Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel 2.2, eerste lid, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen b, c en d, en 2.4, eerste, tweede en derde lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, voor zover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie. 5 Indien gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel 2.15, derde lid, worden gepleegd in verband met een paardenren of harddraverij met betrekking tot welke een totalisator als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Wet op de kansspelen is georganiseerd, wordt de in het derde lid voorziene hechtenis met een derde verhoogd. 6 Indien gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, eerste lid, 2.2, achtste lid, artikel 2.8, eerste lid, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, in de uitoefening van beroep of bedrijf zijn gepleegd, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie. 7 Gedragingen in strijd met artikel 8.11a worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:856Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Opzettelijke overtreding van verschillende voorschriften gesteld krachtens art. 2.2 Wet Dieren, begaan door rechtspersoon. Art. 2.20 en art. 2.26 lid 2 Besluit houders van dieren.…

  • ECLI:NL:HR:2026:477Hoge Raad, 14 april 2026 (strafrecht)

    Doodslag door zijn echtgenote in haar eigen woning met lap stof te wurgen (art. 287 Sr) en doden van hun hond door deze aan zijn riem op te hangen (art. 2.10.1 Wet dieren). Strafmotivering…

  • ECLI:NL:HR:2023:1741Hoge Raad, 19 december 2023 (strafrecht)

    OM cassatie. OM n-o in vervolging t.z.v. doden van hond van ander, art. 2.10 Wet dieren. Is OM in strijd met Richtlijn voor strafvordering dierenmishandeling en dierenverwaarlozing (2021R005) tot…

  • ECLI:NL:PHR:2023:884Parket bij de Hoge Raad, 10 oktober 2023 (strafrecht)

    OM-cassatie. Art. 2.10 Wet dieren. Art. 350.2 Sr. Hof heeft OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. Heeft Hof ten onrechte geoordeeld dat Richtlijn voor strafvordering dierenmishandeling en…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2755Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 september 2026 (strafrecht)

    Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het onthouden van zorg aan meerdere honden, terwijl hij houder was van deze honden. Namens de verdachte is…

  • ECLI:NL:CBB:2026:419College van Beroep voor het bedrijfsleven, 8 september 2026 (bestuursrecht)

    Vervolg op ECLI:NL:CBB:2024:263. Beroep tegen de afwijzing van handhavingsverzoeken uit 2020. Dieren met hittestress in drie weilanden zonder beschutting tegen de zon. College oordeelt dat beroep…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2527Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 augustus 2026 (strafrecht)

    Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van ‘zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren’ tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2735Gerechtshof Den Haag, 13 augustus 2026 (strafrecht)

    Veroordeling wegens het benadelen van de gezondheid en het welzijn van vijf katten, door die katten in afgesloten reisvervoersmanden onbeheerd op straat achter te laten (art. 2.1 Wet Dieren).…

117 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.