Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 36e Sv

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    De uitreiking van de gerechtelijke mededeling, bedoeld in artikel 36b, tweede lid, geschiedt: a.aan hem wie in Nederland in verband met de strafzaak waarop de uit te reiken gerechtelijke mededeling betrekking heeft rechtens zijn vrijheid is ontnomen en aan hem wie in Nederland in andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen rechtens zijn vrijheid is ontnomen: in persoon; b.aan alle anderen: in persoon of indien betekening in persoon niet is voorgeschreven en de mededeling in Nederland wordt aangeboden: 1°. aan het adres waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, dan wel, 2°. indien de geadresseerde niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, aan de woon- of verblijfplaats van de geadresseerde.

  2. 2

    Indien in het geval bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, a. de geadresseerde niet wordt aangetroffen, geschiedt de uitreiking aan degene die zich op dat adres bevindt en die zich bereid verklaart het stuk onverwijld aan de geadresseerde te doen toekomen; b. geen uitreiking heeft kunnen geschieden, wordt de gerechtelijke mededeling uitgereikt aan de autoriteit van welke zij is uitgegaan. Indien vervolgens blijkt dat de geadresseerde op de dag van aanbieding en ten minste vijf dagen nadien als ingezetene in de basisregistratie personen was ingeschreven op het in de mededeling vermelde adres, wordt alsdan een afschrift van de gerechtelijke mededeling onverwijld toegezonden aan dat adres. In de in dit onderdeel bedoelde gevallen wordt een akte van uitreiking als bedoeld in artikel 36h opgemaakt. Op de akte wordt aantekening gedaan van deze uitreiking en, indien daarvan sprake is, van deze toezending.

  3. 3

    De uitreiking aan de geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, geschiedt door toezending van de mededeling, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag. Dagvaardingen worden vertaald in de taal of een van de talen van het land waar de geadresseerde verblijft dan wel, voor zover aannemelijk is dat hij slechts een andere taal machtig is, in die taal. Met betrekking tot andere gerechtelijke mededelingen kan worden volstaan met een vertaling van de essentiële onderdelen daarvan. Indien de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie bericht dat de mededeling aan de geadresseerde is uitgereikt, geldt deze uitreiking als betekening in persoon, zonder dat dit nog uit een afzonderlijke akte hoeft te blijken.

  4. 4

    In het belang van een goede uitvoering van dit artikel kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1553Hoge Raad, 29 september 2026 (strafrecht)

    Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr), medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr), diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1.5 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr) en belediging van…

  • ECLI:NL:HR:2026:1497Hoge Raad, 22 september 2026 (strafrecht)

    Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.1.b.2 en 36e.3 Sv. Status laatst opgegeven woon- of verblijfplaats. Had dagvaarding in…

  • ECLI:NL:PHR:2026:841Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Betekeningsperikelen. M1 keert zich tegen het oordeel dat de appeldagvaarding aan de verdachte in persoon is betekend. M2 houdt in dat het hof de behandeling van de zaak ten onrechte…

  • ECLI:NL:PHR:2026:928Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens (gekwalificeerde) diefstallen, mishandeling, bedreiging en belediging van een ambtenaar in functie, meermalen gepleegd. Slagende klacht over de geldigheid van de…

  • ECLI:NL:HR:2026:1391Hoge Raad, 1 september 2026 (strafrecht)

    Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van vals identiteitsbewijs, art. 231.2 Sr. Aanwezigheidsrecht. Verstekverlening in hoger beroep na betekening van dagvaarding op BRP-adres van…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2231Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 augustus 2026 (strafrecht)

    Tussenarrest. Het hof gaat ervan uit dat het hoger beroep tijdig is ingesteld en verklaart de verdachte ontvankelijk in het hoger beroep. Het hof is voorts van oordeel dat niet is voldaan aan de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:9298Rechtbank Rotterdam, 24 juli 2026 (strafrecht)

    Bezwaarschrift tegen herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) ex art. 6:6:8 Sv. Bezwaar ongegrond.

  • ECLI:NL:HR:2026:1163Hoge Raad, 7 juli 2026 (strafrecht)

    Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. bijstandsfraude (art. 227b Sr) en gewoontewitwassen van geldbedragen (€ 60.000 en € 185.401), appartement en parkeerplaatsen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr)…

222 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.