Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 67a Sv

Geldt sinds 1 maart 2019

  1. 1

    Een op artikel 67 gegrond bevel kan slechts worden gegeven: a.indien uit bepaalde gedragingen van de verdachte, of uit bepaalde, hem persoonlijk betreffende omstandigheden, blijkt van ernstig gevaar voor vlucht; b.indien uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, welke de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert.

  2. 2

    Een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid kan voor de toepassing van het vorige lid slechts in aanmerking worden genomen: 1°. indien er sprake is van verdenking van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld en de rechtsorde ernstig door dat feit is geschokt; 2°. indien er ernstig rekening mede moet worden gehouden, dat de verdachte een misdrijf zal begaan: waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld of waardoor de veiligheid van de staat of de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht, dan wel algemeen gevaar voor goederen kan ontstaan; 3°. indien er sprake is van verdenking van een der misdrijven omschreven in de artikelen 285, 300, 310, 311, 321, 322, 323a, 326, 326a, 326e, 350, 416, 417bis, 420bis of 420quater van het Wetboek van Strafrecht, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de dag waarop de verdachte wegens een van deze misdrijven onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf is veroordeeld dan wel bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd en voorts er ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een van die misdrijven zal begaan; 4°. indien er sprake is van verdenking van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 141, 157, 285, 300 tot en met 303 of 350 van het Wetboek van Strafrecht, begaan op een voor het publiek toegankelijke plaats, dan wel gericht tegen personen met een publieke taak, waardoor maatschappelijke onrust is ontstaan en de berechting van het misdrijf uiterlijk binnen een termijn van zeventien dagen en achttien uur na aanhouding van de verdachte zal plaatsvinden; 5°. indien de voorlopige hechtenis in redelijkheid noodzakelijk is voor het, anders dan door verklaringen van de verdachte, aan de dag brengen van de waarheid.

  3. 3

    Een bevel tot voorlopige hechtenis blijft achterwege, wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel.

  4. 4

    Onder onherroepelijke veroordeling als bedoeld in het tweede lid, onder 3°, wordt mede verstaan een onherroepelijke veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens soortgelijke feiten.

  5. 5

    Onder personen met een publieke taak zijn begrepen: personen die ten behoeve van het publiek en in het algemeen belang een hulp- of dienstverlenende taak vervullen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:467Parket bij de Hoge Raad, 19 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Onderzoek Kievit. Deelneming criminele organisatie, poging tot afpersing in vereniging en medeplegen poging doodslag en zware mishandeling. Drie middelen. Eerste en tweede middel klagen…

  • ECLI:NL:PHR:2026:312Parket bij de Hoge Raad, 31 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Onttrekking van minderjarigen aan het opzicht (art. 279 Sr). Vd is met haar onder toezicht van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (LJ&R) gestelde kinderen naar Portugal…

  • ECLI:NL:HR:2025:987Hoge Raad, 24 juni 2025 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Opheffing van schorsing van voorlopige hechtenis bij veroordeling, art. 82 Sv. 1. Uitgangspunten voor beslissing over opheffing van schorsing van voorlopige…

  • ECLI:NL:PHR:2025:267Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet over de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij eindvonnis. In de vordering wordt nader ingegaan op het wettelijk…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4487Rechtbank Noord-Nederland, 16 oktober 2026 (materieel strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt verdachte voor opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7890Rechtbank Gelderland, 7 oktober 2026 (strafrecht)

    tussenvonnis

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29558Rechtbank Den Haag, 5 oktober 2026 (strafrecht)

    HARP zaak. Veroordeling voor de (verlengde) uitvoer van 4,95 kilo MDMA en het aanwezig hebben van 1,3 kilo hennep. Gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek voorarrest, waarvan 12…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9475Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 oktober 2026 (strafrecht)

    Bewezenverklaring woninginbraak in vereniging. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Volledige toewijzing vordering benadeelde partij.

1.246 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.