Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 56 Sv

Onderzoek aan kleding en lichaam van de verdachte redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    De officier van justitie of de hulpofficier voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden, kan, bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze, in het belang van het onderzoek bepalen dat deze aan zijn lichaam of kleding zal worden onderzocht.

  2. 2

    De officier van justitie kan bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen de verdachte, in het belang van het onderzoek bepalen dat deze in zijn lichaam wordt onderzocht. Onder onderzoek in het lichaam wordt verstaan: het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het onderlichaam, röntgenonderzoek, echografie en het inwendig manueel onderzoek van de openingen en holten van het lichaam. Het onderzoek in het lichaam wordt verricht door een arts. Het onderzoek wordt niet ten uitvoer gelegd indien zulks om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.

  3. 3

    De in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoeken worden op een besloten plaats en voor zover mogelijk door personen van hetzelfde geslacht als de verdachte verricht.

  4. 4

    De overige opsporingsambtenaren zijn bevoegd den aangehoudene tegen wien ernstige bezwaren bestaan, aan zijne kleeding te onderzoeken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:48Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Art. 3C en 11 Opiumwet. Falend middel over de aanwezigheid van ernstige bezwaren als bedoeld in art. 9.2 Opiumwet. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met…

  • ECLI:NL:PHR:2025:49Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Art. 3C en 11 Opiumwet. Falend middel over de aanwezigheid van ernstige bezwaren als bedoeld in art. 9.2 Opiumwet. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met…

  • ECLI:NL:PHR:2024:825Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2024 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Uitleg art. 56 Uitleveringswet. Geen beroepsmogelijkheid opgeëiste persoon bij gerechtshof na afwijzende beslissing van rb. op verzoek tot schorsing van…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1085Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2023 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Eenvoudig witwassen van geldbedrag van € 7.139,02, art. 420bis.1 Sr. Bewezenverklaring deels gebaseerd op kasopstelling. Hof heeft geen blijk ervan gegeven te hebben beoordeeld of…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4250Rechtbank Amsterdam, 19 maart 2026 (europees strafrecht)

    Pools vervolgings-EAB. Tussenuitspraak. Verweren betreffende de dubbele strafbaarheid en verjaring zijn door de rechtbank verworpen. De rechtbank stelt overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van het…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:127Gerechtshof Den Haag, 30 januari 2026 (strafrecht)

    Bevel onderzoek aan het lichaam. Aanwijzingen zijn te samen voldoende voor het aannemen van de ernstige bezwaren die vereist zijn voor het doen van onderzoek aan het lichaam van de verdachte.

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:10088Rechtbank Gelderland, 24 november 2025 (strafrecht)

    Politierechter, Opiumwet artikelen 2B, 10, 10a OM-niet ontvankelijkheidsverweer 359a Sv, subsidiair bewijsuitsluiting en meer subsidiair strafvermindering verworpen. Verweer zag op onrechtmatige…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:7138Rechtbank Oost-Brabant, 4 november 2025 (strafrecht)

    Opzettelijk een substantie aanwezig hebben die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA. Verweren mbt vormverzuimen verworpen.

128 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.