Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 551a Sv

Geldt sinds 1 juli 2022

  1. 1

    In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan de officier van justitie, na een daartoe door de rechter-commissaris schriftelijk verleende machtiging, bevelen dat een opsporingsambtenaar alle personen die wederrechtelijk vertoeven op een plaats als in die artikelen bedoeld, alsmede alle voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, verwijdert of doet verwijderen. De opsporingsambtenaar kan daartoe de desbetreffende plaats betreden.

  2. 2

    De machtiging van de rechter-commissaris wordt verleend op schriftelijke vordering van de officier van justitie. Bij dringende noodzaak kan de vordering van de officier van justitie mondeling worden gedaan. De officier van justitie stelt in dat geval de vordering zo spoedig mogelijk op schrift.

  3. 3

    De rechter-commissaris beslist binnen drie maal vierentwintig uur na de indiening van de vordering van de officier van justitie, bedoeld in het tweede lid. De personen, bedoeld in het eerste lid, worden zo mogelijk door de rechter-commissaris gehoord. Bij dringende noodzaak beslist de rechter-commissaris zonder de personen te hebben gehoord.

  4. 4

    Van een dringende noodzaak als bedoeld in het derde lid is in elk geval sprake in de situatie dat een verdachte van het misdrijf als omschreven in artikel 138a van het Wetboek van Strafrecht: a.tevens wordt verdacht van het misdrijf als omschreven in artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht; b.tevens wordt verdacht van een strafbaar feit waardoor de rechthebbende, bedoeld in de artikelen 138 en 138a van het Wetboek van Strafrecht, wordt getroffen; c.een ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid veroorzaakt in de omgeving van de woning of het gebouw, bedoeld in de artikelen 138 en 138a van het Wetboek van Strafrecht; d.een gevaarlijke situatie veroorzaakt door het wederrechtelijk vertoeven, bedoeld in de artikelen 138 en 138a van het Wetboek van Strafrecht.

  5. 5

    De beschikking van de rechter-commissaris is met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend en wordt onverwijld schriftelijk ter kennis gebracht van de officier van justitie en de personen, bedoeld in het eerste lid.

  6. 6

    Het bevel van de officier van justitie, bedoeld in het eerste lid, is dadelijk uitvoerbaar. Tegen de beschikking van de rechter-commissaris staat voor de personen, bedoeld in het eerste lid, binnen veertien dagen na dagtekening van de beslissing hoger beroep open bij de rechtbank. Het hoger beroep heeft geen schorsende werking.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:568Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens medeplegen kraken van een gebouw, art. 138a Sr. Middel over het oordeel om aan de onrechtmatige ontruiming geen rechtsgevolg te verbinden (vgl. HR:2013:1753) onder…

  • ECLI:NL:PHR:2026:569Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens medeplegen kraken van een gebouw, art. 138a Sr. Middel over het oordeel om aan de onrechtmatige ontruiming geen rechtsgevolg te verbinden (vgl. HR:2013:1753) onder…

  • ECLI:NL:HR:2024:1344Hoge Raad, 1 oktober 2024 (strafrecht)

    OM-cassatie. Beschikking Rb op het door betrokkene ingestelde hoger beroep tegen door RC op vordering van OvJ genomen beslissing tot verlenen van machtiging tot ontruiming van kraakpand a.b.i. art.…

  • ECLI:NL:HR:2024:1345Hoge Raad, 1 oktober 2024 (strafrecht)

    OM-cassatie. Beschikking Rb op het door betrokkene ingestelde hoger beroep tegen door RC op vordering van OvJ genomen beslissing tot verlenen van machtiging tot ontruiming van kraakpand a.b.i. art.…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14033Rechtbank Noord-Holland, 8 oktober 2026 (strafrecht)

    De RC wijst de vordering tot ontruiming ex artikel 551a Sv toe. Overwegingen mbt de verhouding tussen het kort geding en de procedure van artikel 551a Sv, de noodzaak van een spoedeisend belang van…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:11874Rechtbank Noord-Holland, 2 september 2026 (strafrecht)

    Wrakingskamer. Verzoek afgewezen. De beslissing van de rechter-commissaris om het verzoek tot aanhouding van de hoorzitting af te wijzen, dient te worden aangemerkt als een procesbeslissing. De vraag…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8839Rechtbank Amsterdam, 18 augustus 2026 (strafprocesrecht)

    Beslissing op het hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris op een vordering tot machtiging bevel verwijderen personen en goederen (artikel 551a van het Wetboek van Strafvordering).…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8840Rechtbank Amsterdam, 18 augustus 2026 (strafprocesrecht)

    Beslissing van de meervoudige raadkamer op het hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris op een vordering tot machtiging bevel verwijderen personen en goederen (artikel 551a van het…

201 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.