Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 242 Sv

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Indien naar aanleiding van het ingestelde voorbereidende onderzoek het openbaar ministerie van oordeel is dat verdere vervolging moet plaats hebben, door het uitvaardigen van een strafbeschikking of anderszins, gaat het daartoe zoo spoedig mogelijk over.

  2. 2

    Zoolang het onderzoek op de terechtzitting nog niet is aangevangen, kan van verdere vervolging worden afgezien, ook op gronden aan het algemeen belang ontleend. Het openbaar ministerie kan, onder het stellen van bepaalde voorwaarden, de beslissing of verdere vervolging plaats moet hebben voor een daarbij te bepalen termijn uitstellen.

  3. 3

    Indien de officier van justitie voorwaarden stelt betreffende het gedrag van de verdachte, stelt hij tevens als voorwaarde dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt, voor zover dit nog niet is geschied. Ten behoeve van de naleving van de voorwaarden wordt bij de uitvoering daarvan de identiteit van de verdachte vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:627Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Zware mishandeling. Middelen over 1. verwerping van preliminair verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM, 2. ontbreken beslissing op (voorwaardelijk) verzoek tot…

  • ECLI:NL:PHR:2024:779Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2024 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. OM-cassatie. Middel over beslissing hof OM niet-ontvankelijk te verklaren wegens schending vertrouwensbeginsel. Gerechtvaardigd vertrouwen niet te zullen worden vervolgd voor…

  • ECLI:NL:PHR:2024:745Parket bij de Hoge Raad, 12 juli 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Procesrecht. Vordering tegen Staat (officier van justitie) tot instellen hoger beroep in strafzaak, opdat slachtoffer alsnog onbeperkt van haar spreekrecht gebruik…

  • ECLI:NL:PHR:2024:68Parket bij de Hoge Raad, 23 januari 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon (meermalen) begaan van oplichting (art. 326) en valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr) en deelnemen aan criminele…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:3370Rechtbank Gelderland, 24 april 2026 (strafrecht)

    Verdachte heeft het zusje van zijn beste vriend verkracht.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1771Rechtbank Gelderland, 6 maart 2026 (strafrecht)

    Veroordeling wegens aantal uiteenlopende delicten. Verweer inzake niet-ontvankelijkheid OM na vermeende sepotbeslissing verworpen. Verschil tussen informeel sepot (art. 167 Sv) en formeel sepot (art.…

  • ECLI:NL:RVS:2025:5985Raad van State, 10 december 2025 (bestuursrecht)

    Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over de bestuurlijke boete die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft opgelegd aan een Litouwse transportonderneming. Uit onderzoek…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:4477Rechtbank Overijssel, 7 juli 2025 (strafrecht)

    De rechtbank legt aan een 50-jarige man op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaren. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het…

56 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.