Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 410 Sv

Schriftuur met grieven in hoger beroep redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 oktober 2022

  1. 1

    De officier van justitie dient binnen veertien dagen na het instellen van hoger beroep een schriftuur, houdende grieven, in op de griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen. De verdachte kan aldaar binnen veertien dagen na de instelling van het hoger beroep een schriftuur, houdende grieven, indienen. De schriftuur van de verdachte kan langs elektronische weg worden ingediend met behulp van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen elektronische voorziening. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het gebruik van de elektronische voorziening.

  2. 2

    De schriftuur wordt onverwijld bij de processtukken gevoegd.

  3. 3

    De verdachte kan, onverminderd artikel 414, in de schriftuur opgeven welke getuigen en deskundigen hij ter terechtzitting wil doen oproepen. Deze opgave wordt als een opgave in de zin van artikel 263, tweede lid, aangemerkt. Artikel 264 is van overeenkomstige toepassing. De advocaat-generaal kan, in het geval de berechting in eerste aanleg op tegenspraak heeft plaatsgevonden, oproeping voorts weigeren indien de getuige of deskundige ter terechtzitting in eerste aanleg dan wel door de rechter-commissaris is gehoord en horen ter terechtzitting niet noodzakelijk is te achten.

  4. 4

    Ingeval door de verdachte geen schriftuur als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend, dient hij binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank als bedoeld in artikel 410a, eerste lid, een schriftuur in op de griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen, met een opgave van de redenen voor het instellen van het hoger beroep. Deze verplichting geldt niet in het geval, omschreven in artikel 410a, tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:971Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Witwassen (WhatsAppfraude). Verdachte heeft geld gepind waarop het slo geld had gestort. Middelen over te weinig gespecificeerde tenlastelegging, bewijs van het pinnen en over het niet…

  • ECLI:NL:PHR:2026:817Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Bewerken, voorbereidingshandelingen en bezit cocaïne (art. 2, 10 en 10a Opiumwet). M1 over recht op een eerlijk proces bij niet horen belastende getuige. M2 over bewezenverklaarde…

  • ECLI:NL:PHR:2026:672Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep. Nu raadsman voorafgaand aan terechtzitting in hoger beroep e-mail…

  • ECLI:NL:PHR:2026:521Parket bij de Hoge Raad, 26 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Verdachte n-o in hoger beroep ex art. 416 lid 2 Sv. Falende klacht over eisen aan schriftuur houdende grieven. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 25/01732.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2417Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 juli 2026 (strafrecht)

    Medeplegen van stoffen en voorwerpen te koop aanbieden en voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2443Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 juli 2026 (strafrecht)

    Medeplegen van stoffen en voorwerpen te koop aanbieden en voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet…

  • ECLI:NL:PHR:2026:442Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Mensenhandel door uitbuiten van vijf huishoudelijke hulpen uit Indonesië (art. 273f Sr). Vervolg na vernietiging en terugwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2024:156). M1 over de…

  • ECLI:NL:PHR:2026:458Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Profijtontneming. Falend middel dat het hof ten onrechte is uitgegaan van een te hoge bewijslast voor de betrokkene i.v.m. bewijsvermoeden bij ontneming op basis van art. 36e lid 3 Sr.…

563 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.