Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 51e Sv

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Het spreekrecht kan worden uitgeoefend indien het tenlastegelegde feit een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, dan wel een van de misdrijven genoemd in de artikelen 240, 241, eerste lid, 242, 245, eerste lid, en 252, 285, 285b, 300, tweede en derde lid, 301, tweede en derde lid, 306 tot en met 308, 318 en 372 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Van het voornemen tot het uitoefenen van het spreekrecht geven degenen die daartoe gerechtigd zijn, voor de aanvang van de terechtzitting schriftelijk kennis aan de officier van justitie opdat deze hen tijdig kan oproepen.

  2. 2

    Het slachtoffer kan op de terechtzitting een verklaring afleggen.

  3. 3

    Het spreekrecht bedoeld in het tweede lid kan ook worden uitgeoefend door de vader of moeder van een minderjarig slachtoffer die een nauwe band met het slachtoffer heeft of door een persoon die dat slachtoffer als behorende tot zijn gezin, verzorgt en opvoedt en in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat. Van het spreekrecht kan gezamenlijk of elk afzonderlijk gebruik worden gemaakt. De voorzitter kan het spreekrecht ambtshalve of op vordering van de officier van justitie beperken of ontzeggen wegens strijd met het belang van het minderjarig slachtoffer.

  4. 4

    Het spreekrecht kan, onder overeenkomstige toepassing van het vijfde lid, ook worden uitgeoefend door: a.personen die het overleden slachtoffer als behorende tot hun gezin hebben verzorgd en opgevoed en in een nauwe persoonlijke betrekking tot het slachtoffer hebben gestaan; en b.personen, anders dan genoemd onder a, die deel hebben uitgemaakt van het gezin waartoe het overleden slachtoffer behoorde en in een nauwe persoonlijke betrekking tot het slachtoffer hebben gestaan. De voorzitter kan het spreekrecht ambtshalve of op vordering van de officier van justitie beperken of ontzeggen wegens strijd met het belang van het slachtoffer.

  5. 5

    Indien meer dan drie nabestaanden hebben meegedeeld dat zij van hun spreekrecht gebruik willen maken, en zij het onderling niet eens kunnen worden over wie van hen het woord zal voeren, beslist de voorzitter welke drie personen van het spreekrecht gebruik kunnen maken. De beslissing van de voorzitter laat onverlet dat de echtgenoot, geregistreerde partner of een andere levensgezel het woord kunnen voeren ter uitoefening van het spreekrecht.

  6. 6

    Tot de slachtoffers die van het spreekrecht gebruik kunnen maken, behoort de minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt. Dit geldt ook voor de minderjarige die die leeftijd nog niet heeft bereikt en die in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

  7. 7

    Indien het slachtoffer de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, kan het spreekrecht worden uitgeoefend door zijn wettelijke vertegenwoordigers voor zover deze vertegenwoordiging niet in strijd is met het belang van de minderjarige. De wettelijke vertegenwoordigers kunnen tevens gezamenlijk of elk afzonderlijk, op de terechtzitting een verklaring afleggen over de gevolgen die de strafbare feiten genoemd in het eerste lid, bij hen teweeg hebben gebracht. De voorzitter kan, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, beslissen dat het spreekrecht niet wordt uitgeoefend door de wettelijke vertegenwoordiger wegens strijd met het belang van de minderjarige.

  8. 8

    Voor het slachtoffer dat feitelijk niet bij machte is het spreekrecht uit te oefenen, kan het spreekrecht over de gevolgen van het strafbaar feit door welke deze is getroffen, worden uitgeoefend door de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere levensgezel en één van de familieleden van het slachtoffer als bedoeld in artikel 51a, eerste lid, onder b.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1418Hoge Raad, 11 oktober 2024 (civiel recht)

    Strafvordering. Slachtoffer van strafbaar feit vordert in civiel kort geding dat openbaar ministerie wordt gelast hoger beroep in strafzaak in te stellen. Beleidsruimte van het openbaar ministerie.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:745Parket bij de Hoge Raad, 12 juli 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Procesrecht. Vordering tegen Staat (officier van justitie) tot instellen hoger beroep in strafzaak, opdat slachtoffer alsnog onbeperkt van haar spreekrecht gebruik…

  • ECLI:NL:HR:2023:414Hoge Raad, 28 maart 2023 (strafrecht)

    Openlijke geweldpleging (art. 141 Sr). Steekpartij tijdens nieuwjaarsnacht 2016 in Haarlem waarbij een van de slachtoffers is overleden. Vordering benadeelde partijen t.z.v. proceskosten (reis- en…

  • ECLI:NL:PHR:2023:43Parket bij de Hoge Raad, 10 januari 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen (art. 141 lid 1 Sr). Middelen voorgesteld door de verdachte over de bewezenverklaring en toewijzing van de vorderingen van de…

  • ECLI:NL:RVS:2025:5985Raad van State, 10 december 2025 (bestuursrecht)

    Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over de bestuurlijke boete die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft opgelegd aan een Litouwse transportonderneming. Uit onderzoek…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:4160Rechtbank Overijssel, 26 juni 2025 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk en het betalen van schadevergoedingen. De verdachte is schuldig bevonden aan…

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:1220Gerechtshof Den Haag, 4 juli 2023 (verbintenissenrecht)

    spreekrecht slachtoffer in strafzaak, onterechte inperking door politierechter, bijzondere verantwoordelijkheid ovj ex Slachtofferrichtlijn 2012/29/EU, vervolgingsmonopolie en beslissingsruimte OM…

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:1375Gerechtshof Den Haag, 21 juli 2022 (verbintenissenrecht)

    2e kort geding n.a.v. strafzaak bij politierechter, waarbij benadeelde partij haar volledige spreekrecht niet heeft mogen uitoefenen. OM mag hoger beroep in strafzaak intrekken. Turbo-spoedappel en…

91 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.