Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 257e Sv

Geldt sinds 1 oktober 2022

  1. 1

    Tegen een strafbeschikking kan de verdachte verzet doen binnen veertien dagen nadat het afschrift in persoon aan hem is uitgereikt, dan wel zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de strafbeschikking hem bekend is. Onverminderd de vorige zin kan tegen een strafbeschikking waarin een geldboete van niet meer dan € 340 is opgelegd, wegens een overtreding welke ten hoogste vier maanden voor toezending is gepleegd, verzet worden gedaan tot uiterlijk zes weken na toezending. Verzet kan niet worden gedaan indien de verdachte afstand heeft gedaan van de bevoegdheid daartoe door vrijwillig aan de strafbeschikking te voldoen. Verzet kan voorts niet worden gedaan indien de verdachte, bijgestaan door een raadsman, schriftelijk afstand heeft gedaan van de bevoegdheid daartoe.

  2. 2

    Het verzet wordt gedaan bij het parket dat in de strafbeschikking vermeld wordt. Wordt het verzet gedaan bij een ander parket, dan wordt het doorgeleid naar een officier van justitie die het verzet bij een bevoegde rechter aanhangig kan maken.

  3. 3

    Het verzet kan door de verdachte, een advocaat die verklaart bepaaldelijk door hem te zijn gevolmachtigd, alsmede een bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde in persoon op het parket worden gedaan. In dat geval kan aanstonds een oproeping van de verdachte worden betekend om tegen een bepaalde datum ter terechtzitting te verschijnen voor de behandeling van het verzet. De verdachte alsmede een advocaat die verklaart bepaaldelijk door hem te zijn gevolmachtigd kunnen schriftelijk verzet doen bij een aan de officier van justitie gerichte, ondertekende brief. Op de brief wordt onverwijld dag en uur van ontvangst aangetekend. Zij wordt bij de processtukken gevoegd.

  4. 4

    Het schriftelijk verzet bij een aan de officier van justitie gerichte, ondertekende brief, bedoeld in het derde lid, kan langs elektronische weg worden ingediend met behulp van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen elektronische voorziening. De ontvangst van het verzet wordt bevestigd. Als de dag en het tijdstip waarop het verzet door de officier van justitie langs elektronische weg is ontvangen gelden de dag en het tijdstip waarop het verzet via de aangewezen elektronische voorziening de officier van justitie heeft bereikt. Het bericht wordt bij de processtukken gevoegd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het gebruik van de elektronische voorziening.

  5. 5

    Bij het verzet worden opgegeven de naam van de verdachte, alsmede een nauwkeurige aanduiding of kopie van de strafbeschikking waartegen het verzet zich richt. De verdachte kan een adres in Nederland opgeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Bij het verzet kunnen schriftelijk bezwaren tegen de strafbeschikking worden opgegeven.

  6. 6

    Van het doen van verzet wordt door het openbaar ministerie een akte opgemaakt. Indien het verzet in persoon wordt gedaan, wordt de akte mede ondertekend door degene die het doet. Indien deze niet kan tekenen, wordt de oorzaak van het beletsel vermeld. De bijzondere volmacht, in het derde lid vermeld, wordt aan de akte gehecht. De akte wordt bij de processtukken gevoegd.

  7. 7

    Van ieder verzet wordt dadelijk aantekening gedaan in een daartoe bestemd register hetwelk door belanghebbenden kan worden ingezien. Indien het verzet in persoon wordt gedaan, wordt desgevraagd terstond een kopie van de akte uitgereikt.

  8. 8

    Uiterlijk tot de aanvang van de behandeling van het verzet ter terechtzitting kan degene die het heeft gedaan, dat intrekken. Deze intrekking brengt mede afstand van de bevoegdheid om het rechtsmiddel opnieuw aan te wenden. Intrekking geschiedt met overeenkomstige toepassing van het tweede tot en met zevende lid.

  9. 9

    De strafbeschikking kan schriftelijk worden ingetrokken of gewijzigd door een officier van justitie die bevoegd is om een daartegen gedaan verzet ter kennis van de rechtbank of de kantonrechter te brengen, ook in de gevallen waarin geen verzet is gedaan. Een wijziging waardoor de feitsomschrijving niet langer hetzelfde feit, in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht, zou inhouden, is niet toegestaan. Een afschrift van de beschikking waarbij de strafbeschikking wordt ingetrokken of gewijzigd wordt aan de verdachte uitgereikt of aan hem toegezonden met overeenkomstige toepassing van artikel 257d, tweede en derde lid. Indien de verdachte bij het doen van verzet een ander adres heeft opgegeven, wordt een afschrift aan dat adres toegezonden en blijft toezending aan het bij het eerste verhoor opgegeven adres achterwege. Tegen een gewijzigde strafbeschikking kan verzet worden gedaan met overeenkomstige toepassing van het tweede tot en met zevende lid. Een reeds gedaan verzet wordt geacht te zijn gericht tegen de gewijzigde strafbeschikking, tenzij vrijwillig aan de gewijzigde strafbeschikking wordt voldaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1677Hoge Raad, 19 november 2024 (strafrecht)

    Verstoren van orde, rust en veiligheid of goede bedrijfsgang, art. 72 Wet personenvervoer 2000. Verzet tegen strafbeschikking. Heeft verdachte afstand gedaan van bevoegdheid om verzet in te stellen…

  • ECLI:NL:PHR:2024:955Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring in verzet tegen strafbeschikking na betaling (art. 257e lid 1, derde volzin, Sv). Slagende klacht dat het kennelijke oordeel van het hof dat de verdachte…

  • ECLI:NL:PHR:2023:993Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2023 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Veroordeling wegens mishandeling (art. 300 Sr). 1. Klacht dat het hof de verdachte ten onrechte ontvankelijk in zijn verzet heeft verklaard, aangezien het verzet buiten de termijn…

  • ECLI:NL:PHR:2023:321Parket bij de Hoge Raad, 11 april 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 408.1.a Sv. Hof heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld. Slagende klacht dat hof ten onrechte heeft geoordeeld dat inleidende…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2445Gerechtshof Den Haag, 13 juli 2026 (strafrecht)

    Verzet tegen strafbeschikking. Verdachte niet-ontvankelijk in verzet, na schriftelijke afstandsverklaring. Niet gebleken dat verdachte onder druk is gezet afstand te doen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3493Rechtbank Amsterdam, 11 maart 2026 (materieel strafrecht)

    Beslissing artikel 6:4:5 Sv (verzet tegen dwangbevel), niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25590Rechtbank Den Haag, 11 maart 2026 (strafrecht)

    Het verzet tegen de strafbeschikking is per brief ingesteld door een schriftelijk gemachtigde juridisch adviseur. Dat is in strijd met artikel 257e, derde lid, Wetboek van Strafvordering. Het verzet…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25848Rechtbank Den Haag, 11 maart 2026 (strafrecht)

    Het verzet tegen de strafbeschikking is per brief ingesteld door een schriftelijk gemachtigde juridisch adviseur. Dat is in strijd met artikel 257e, derde lid, Wetboek van Strafvordering. Het verzet…

87 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.