Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 243 Sv

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Indien de officier van justitie afziet van verdere vervolging, doet hij de verdachte daarvan onverwijld schriftelijk mededeling.

  2. 2

    Indien terzake van het feit aan de verdachte een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in artikel 5:50, tweede lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht is verzonden, heeft dit dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging.

  3. 3

    De kennisgeving van niet verdere vervolging wordt aan de verdachte betekend.

  4. 4

    De officier van justitie doet in geval van vervolging wegens een misdrijf aan de rechtstreeks belanghebbende die hem bekend is, onverwijld schriftelijk mededeling van de kennisgeving van niet verdere vervolging.

  5. 5

    Indien in de zaak een bevel krachtens de artikelen 12 of 13 is gevraagd of gegeven, doet de officier van justitie een mededeling dat van verdere vervolging wordt afgezien niet dan nadat daarin is bewilligd door het gerechtshof binnen wiens rechtsgebied de vervolging is ingesteld. De officier van justitie doet te dien einde de processtukken, vergezeld van een verslag houdende de gronden voor de mededeling dat van verdere vervolging wordt afgezien, toekomen aan het gerechtshof.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1578Hoge Raad, 6 oktober 2026 (strafrecht)

    Opzettelijk niet betalen van omzetbelasting, art. 69a.1 AWR. 1. Ontvankelijkheid OM en hetzelfde feit, art. 243.2 en 255.1 Sv jo. art. 50 Handvest van grondrechten EU. Kon hof oordelen dat vervolging…

  • ECLI:NL:PHR:2026:627Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Zware mishandeling. Middelen over 1. verwerping van preliminair verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM, 2. ontbreken beslissing op (voorwaardelijk) verzoek tot…

  • ECLI:NL:PHR:2026:845Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Tweede cassatieronde, vervolg op ECLI:NL:HR:2022:1364. Opzettelijk de belasting welke op aangifte moet worden voldaan niet betalen, meermalen gepleegd, art. 69a.1 AWR. 1. Hetzelfde feit…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1399Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (belastingrecht)

    Aansprakelijkstelling belanghebbende voor naheffingsaanslagen loonheffingen; is het aansprakelijk stellen van de vergrijpboete naast de strafrechtelijke veroordeling in strijd met het una-via…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:4095Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 juni 2026 (strafrecht)

    Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk ten aanzien van een deel van de periode van het onder 1 tenlastegelegde en het gehele onder 2 tenlastegelegde feit, wegens toepassing van…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:1909Gerechtshof Den Haag, 9 juni 2026 (strafrecht)

    Mega Spaniel. Vrijspraak faillissementsfraude. Opzettelijk doen van onjuiste aangifte omzetbelasting. Feit niet kwalificeerbaar omdat de tenlastegelegde delictsomschrijving ten tijde van het…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8930Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 mei 2026 (strafrecht)

    verzoekschrift schadevergoeding ex art. 530 Sv toewijzen

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:23483Rechtbank Den Haag, 10 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Kort geding, overheidsaansprakelijkheid, vervolging na vervolgingsbevel o.g.v. art 12 Sv. In de gegeven omstandigheden moet de vraag of het OM kan volstaan met een vervolging voor smaad en niet…

145 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.