Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 553 Sv

Geldt sinds 1 oktober 2022

  1. 1

    De rechter kan ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van een betrokken procespartij de Hoge Raad een rechtsvraag stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om te beslissen en aan de beantwoording van deze vraag bijzonder gewicht kan worden toegekend, gelet op het met de vraag gemoeide zaaksoverstijgend belang.

  2. 2

    Voordat de rechter de vraag stelt, worden de betrokken procespartijen in de gelegenheid gesteld een standpunt in te nemen over het voornemen om een vraag te stellen, alsmede over de inhoud van de te stellen vraag.

  3. 3

    De beslissing waarbij de vraag wordt gesteld, vermeldt de relevante feitelijke en juridische context en de standpunten die door de betrokken procespartijen zijn ingenomen. Tevens bevat de beslissing een motivering dat met de beantwoording van de vraag wordt voldaan aan het eerste lid.

  4. 4

    De griffier stelt de beslissing zo spoedig mogelijk ter kennis van de Hoge Raad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:822Parket bij de Hoge Raad, 25 augustus 2026 (strafrecht)

    Ontvankelijkheidsbeoordeling 26/02339 PJV

  • ECLI:NL:PHR:2026:604Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG over de prejudiciële vraag of voor het maken van een kopie (image) van een smartphone een voorafgaande rechterlijke machtiging is vereist volgens HvJ EU arrest Landeck (van 4 oktober…

  • ECLI:NL:PHR:2026:590Parket bij de Hoge Raad, 16 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Prejudiciële vragen over extraterritoriale rechtsmachtsbepaling van art. 4 aanhef en onder d Sr. Heeft Nederland op grond van deze bepaling rechtsmacht over het in het buitenland…

  • ECLI:NL:PHR:2026:554Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. OM-cassatie. Verandering van wetgeving ten gunste van de verdachte als gevolg van inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven? Middel komt op tegen beslissing tot n-o verklaring van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7238Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 augustus 2026 (strafrecht)

    Schorsing van de voorlopige hechtenis om een gevangenisstraf uit te zitten. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad der Nederlanden.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:3912Rechtbank Overijssel, 8 juli 2026 (strafrecht)

    De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is kennis te nemen van de zaak van verdachte en wijst toe het verzoek tot het horen van getuigen.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7147Rechtbank Rotterdam, 19 juni 2026 (strafrecht)

    De rechtbank stelt een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad met betrekking tot de noodzaak van het schorsen van het onderzoek ter terechtzitting indien de verdediging, na (gedeeltelijke) toewijzing…

  • ECLI:NL:PHR:2026:727Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2026 (strafrecht)

    Ontvankelijkheidsbeoordeling bij ECLI:NL:PHR:2026:604

98 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.