Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 149b Sv

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    De officier van justitie is bevoegd, indien hij dit met het oog op de in artikel 187d, eerste lid, vermelde belangen noodzakelijk acht, de voeging van bepaalde stukken of gedeelten daarvan bij de processtukken achterwege te laten. Hij behoeft daartoe een schriftelijke machtiging, op diens vordering te verlenen door de rechter-commissaris. De vordering en de beschikking worden bij de processtukken gevoegd.

  2. 2

    De officier van justitie doet van de toepassing van het eerste lid en, voor zover de in artikel 187d, eerste lid, vermelde belangen dat toelaten, de redenen waarom, proces-verbaal opmaken. Dit proces-verbaal wordt bij de processtukken gevoegd.

  3. 3

    Zolang de zaak niet is geëindigd, bewaart de officier van justitie de in het eerste lid bedoelde stukken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:835Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Doodslag. Middel 1 klaagt dat aan verdachte niet recht is gelaten laatst te spreken. Middel 2 klaagt over afwijzing verzoek tot voeging (bodycam)beelden in procesdossier. Beide middelen…

  • ECLI:NL:PHR:2026:746Parket bij de Hoge Raad, 25 augustus 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Diefstal met braak. Eerste, tweede en vierde middel klagen over bewijsvoering, waaronder interpretatie van camerabeelden, meewegen van uitblijven van verklaring verdachte voor…

  • ECLI:NL:HR:2026:155Hoge Raad, 3 februari 2026 (strafrecht)

    Overdragen van wapen, art. 31.1 55 WWM. Bewijsklacht t.a.v. processen-verbaal van politie waarin delen van verklaringen van getuigen zijn “weggelakt”. Kunnen verklaringen voor bewijs worden gebruikt?…

  • ECLI:NL:PHR:2026:97Parket bij de Hoge Raad, 27 januari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Caribische zaak. Medeplegen van vervoer en aanwezig hebben van cocaïne. Art. 3 lid 1 onder B en C Opiumlandsverordening. Bij aanhouding in internationale wateren is door lid van…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:5749Rechtbank Rotterdam, 21 mei 2026 (strafrecht)

    De rechtbank stelt vast dat de verdachte als advocaat berichten van en aan betrokkene 1 heeft doorgegeven. Hierdoor konden criminele activiteiten blijven doorgaan terwijl betrokkene 1 gedetineerd was…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3293Rechtbank Amsterdam, 3 maart 2026 (strafprocesrecht)

    Beslissing op het bezwaar o.g.v. art. 182, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Gedeeltelijk gegrond.

  • ECLI:NL:PHR:2026:98Parket bij de Hoge Raad, 27 januari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Caribische zaak. Medeplegen van vervoer en aanwezig hebben van cocaïne. Art. 3 lid 1 onder B en C Opiumlandsverordening. Bij aanhouding in internationale wateren is door lid van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:99Parket bij de Hoge Raad, 27 januari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Caribische zaak. Medeplegen van vervoer en aanwezig hebben van cocaïne. Art. 3 lid 1 onder B en C Opiumlandsverordening. Bij aanhouding in internationale wateren is door lid van…

126 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.