Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 262 Sv

Bezwaarschrift tegen de dagvaarding redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Tegen de dagvaarding kan de verdachte binnen acht dagen na de betekening een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank.

  2. 2

    Zolang de in het eerste lid gestelde termijn niet is verstreken, kan de rechtbank alleen met toestemming van de verdachte het onderzoek op de terechtzitting een aanvang doen nemen. Door het geven van toestemming doet de verdachte tevens afstand van het recht om een bezwaarschrift in te dienen. In het andere geval stelt de rechtbank de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting voor bepaalde of onbepaalde tijd uit. Behoudens ingeval de verdachte ten aanzien van de gehele tenlastelegging buiten vervolging is gesteld, wordt de verdachte, met verwijzing naar de inhoud van de dagvaarding, opgeroepen en worden de getuigen, deskundigen en tolken opnieuw gedagvaard of opgeroepen voor de dag van de terechtzitting bepaald, zodra op het gehele bezwaarschrift onherroepelijk is beslist. De artikelen 263 en 265 zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    De rechtbank kan, alvorens te beslissen, door de rechter-commissaris een onderzoek doen instellen en zich de daartoe betrekkelijke stukken doen overleggen. Dit onderzoek wordt overeenkomstig de bepalingen van de tweede tot en met de vijfde en zevende afdeling van de Derde Titel van dit Boek gevoerd.

  4. 4

    Indien het feit niet tot de kennisneming der rechtbank behoort, verklaart zij zich onbevoegd.

  5. 5

    Is de officier van justitie niet ontvankelijk, het feit waarop de kennisgeving van verdere vervolging betrekking had, of de verdachte niet strafbaar, of onvoldoende aanwijzing van schuld aanwezig, dan stelt zij de verdachte ten aanzien van de gehele tenlastelegging of voor een bij de beschikking nader aan te duiden gedeelte van de tenlastelegging buiten vervolging.

  6. 6

    In alle andere gevallen verklaart de rechtbank hetzij de verdachte niet-ontvankelijk hetzij het bezwaarschrift ongegrond, zo nodig onder aanduiding van de wijzigingen die in de tenlastelegging moeten worden aangebracht.

  7. 7

    Indien de beschikking tot onbevoegdverklaring of buitenvervolgingstelling ten aanzien van de gehele tenlastelegging onherroepelijk is geworden, vervalt een reeds uitgebrachte dagvaarding. Indien de beschikking tot onbevoegdverklaring of buitenvervolgingstelling ten aanzien van een gedeelte van de tenlastelegging onherroepelijk is geworden, moet de tenlastelegging in overeenstemming met die beschikking worden gebracht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:889Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag tegen inbeslagneming. De AG wijdt algemene opmerkingen aan de hantering van het ‘hoogst-onwaarschijnlijk’-criterium, ook in verband met de rechtspraak van het EHRM en aan de…

  • ECLI:NL:HR:2020:1553Hoge Raad, 13 oktober 2020 (strafrecht)

    Bezwaarschrift tegen dagvaarding t.z.v. verdenking van zedenmisdrijven (art. 245, 247, 248a en 248b Sr) door voormalig plaatsvervangend hoofd OvJ functioneel parket, art. 262 Sv. Hof heeft…

  • ECLI:NL:PHR:2020:768Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2020 (strafrecht)

    Conclusie P-G inzake bezwaarschrift tegen dagvaarding. Cassatieberoep komt op tegen oordeel hof dat het bezwaarschrift ongegrond is. De zaak betreft de vervolging van een gewezen plaatsvervangend…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1182Parket bij de Hoge Raad, 26 november 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. 1. Middel over het ontbreken bij de uitreiking van de bij de inleidende dagvaarding behorende mededelingen en een vertaling hiervan ingevolge art. 588 lid 2 Sv. AG geeft algemene…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4270Rechtbank Overijssel, 17 juli 2026 (strafrecht)

    De raadkamer van de rechtbank Overijssel oordeelt in de strafzaak tegen verdachte B.V. dat het recht tot strafvordering voor de verdenkingen van doodslag niet door verjaring is vervallen en dat het…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6995Rechtbank Amsterdam, 9 juli 2026 (strafprocesrecht)

    Beslissing op bezwaarschrift tegen de dagvaarding. Gegrondverklaring, herstelbaar vormverzuim, niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie 'sec'.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6098Rechtbank Amsterdam, 21 mei 2026 (strafrecht)

    Beschikking op een bezwaarschrift tegen de dagvaarding in een fraudezaak. Het bezwaarschrift wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:10906Rechtbank Amsterdam, 16 december 2025 (strafrecht)

    Beschikking op bezwaarschrift tegen de dagvaarding. Bezwaarschrift ongegrond verklaard.

129 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.