Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 288 Sv

Afzien van het horen van getuigen redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 november 2006

  1. 1

    De rechtbank kan van de oproeping van niet verschenen getuigen als bedoeld in artikel 287, derde lid, bij met redenen omklede beslissing afzien, indien zij van oordeel is dat: a.het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen; b.het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de getuige of deskundige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht, en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige of deskundige ter terechtzitting te kunnen ondervragen; c.redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor het openbaar ministerie niet in zijn vervolging of de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad.

  2. 2

    Indien de officier van justitie op grond van artikel 264, tweede lid, onder b, heeft geweigerd een door de verdachte opgegeven getuige te doen oproepen of een door de rechtbank gegeven bevel tot oproeping van een getuige ten uitvoer te leggen en ten aanzien van die getuige geen beschikking op grond van artikel 226a, eerste lid, of 226n, eerste lid, is gegeven, stelt de rechtbank de stukken in handen van de rechter-commissaris teneinde de getuige te doen verhoren. In geval van een door de verdachte opgegeven getuige blijft de vorige volzin buiten toepassing, indien de rechtbank bij met redenen omklede beslissing van oordeel is dat door het achterwege blijven van het verhoor de verdachte redelijkerwijs niet in zijn verdediging is geschaad. De officier van justitie dient onmiddellijk nadat de stukken in handen van de rechter-commissaris zijn gesteld, de vordering, bedoeld in artikel 226a, eerste lid, of artikel 226m, eerste lid, in. Artikel 316 is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    De rechtbank kan voorts van de oproeping of hernieuwde oproeping van niet verschenen getuigen afzien, indien de officier van justitie en de verdachte daarmee uitdrukkelijk instemmen of hebben ingestemd.

  4. 4

    Artikel 226 is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:945Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens 1. doodslag (art. 287 Sr) en 2. poging wederrechtelijke vrijheidsberoving, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft (art. 282 lid 1 en lid 3 Sr). Falende middelen…

  • ECLI:NL:PHR:2026:946Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens 1. doodslag (art. 287 Sr) en 2. poging wederrechtelijke vrijheidsberoving, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft (art. 282 lid 1 en lid 3 Sr). Falende middelen…

  • ECLI:NL:PHR:2026:971Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Witwassen (WhatsAppfraude). Verdachte heeft geld gepind waarop het slo geld had gestort. Middelen over te weinig gespecificeerde tenlastelegging, bewijs van het pinnen en over het niet…

  • ECLI:NL:PHR:2026:872Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Diefstal in vereniging met braak en vernieling. Slagende klacht dat hof verklaring van getuige voor bewijs heeft gebezigd, terwijl verdediging geen gelegenheid heeft gehad getuige te…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2564Gerechtshof Amsterdam, 8 september 2026 (strafrecht)

    De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar en drie maanden omdat hij zich schuldig gemaakt aan doodslag en verboden wapenbezit. Hij heeft tijdens een afterparty in een…

  • ECLI:NL:PHR:2026:789Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. 1. Opzettelijke overtreding van artikel 13 Wet bodembescherming door het illegaal dumpen van drugsafval. 2. Afwijzing verzoek horen van onbekend gebleven gebruikers EncroChat-accounts…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4186Rechtbank Overijssel, 17 juli 2026 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van het smokkelen van drugs en…

  • ECLI:NL:PHR:2026:458Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Profijtontneming. Falend middel dat het hof ten onrechte is uitgegaan van een te hoge bewijslast voor de betrokkene i.v.m. bewijsvermoeden bij ontneming op basis van art. 36e lid 3 Sr.…

588 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.