Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 398 Sv

Geldt sinds 1 januari 2013

Op het rechtsgeding bij de kantonrechter zijn overigens de Vijfde Titel en de Zesde Titel van dit Boek van overeenkomstige toepassing, behoudens de navolgende uitzonderingen: 1°. Indien door de rechter-commissaris overeenkomstig de Zevende Titel van het Vierde Boek bevelen tot handhaving der openbare orde zijn gegeven, is de termijn van dagvaarding ten minste twee dagen. Deze termijn wordt, zo nodig, zoveel verlengd, dat daarin ten minste één dag voorkomt, die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. 2°. De verdachte kan, tenzij hij vervolgd wordt ter zake van misdrijf of de kantonrechter beveelt dat hij in persoon zal verschijnen, zich op de terechtzitting doen vertegenwoordigen door een advocaat, indien deze aldaar verklaart daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, of wel door een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde. 3°. De bepalingen betrekkelijk de voordracht van de zaak door het openbaar ministerie, de voorlopige hechtenis en het bezwaarschrift tegen de dagvaarding zijn niet van toepassing. 4°. In geval van artikel 295 worden de stukken toegezonden aan de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen die bevoegd is tot kennisneming van het misdrijf. 5°. Tenzij de ter terechtzitting verschenen verdachte of zijn aldaar aanwezige raadsman voorlezing of mededeling van de korte inhoud van bepaald aangeduide stukken verlangt, kan de kantonrechter in plaats van de voorlezing van de processen-verbaal, de verslagen van deskundigen of andere stukken vermeld in artikel 301, gelasten dat in het proces-verbaal van de terechtzitting wordt aangetekend dat die stukken zijn overgelegd; daarop mag ook ten bezware van de verdachte acht worden geslagen. 6°. Vervallen. 7°. Vervallen. 8°. Vervallen. 9°. Vervallen. 10°. De ambtenaar van het openbaar ministerie behoeft bij de uitspraak van het vonnis niet tegenwoordig te zijn. 11°. Vervallen. 12°. Vervallen. 13°. Vervallen. 14°. De in artikel 366 bedoelde mededeling behoeft niet te geschieden tenzij: a.ten aanzien van de verdachte artikel 14 a van het Wetboek van Strafrecht is toegepast, dan wel, b.een vrijheidsstraf is opgelegd, vervangende vrijheidsstraf daaronder niet begrepen, dan wel, c.een bijkomende straf is opgelegd, waarbij de ontzetting van bepaalde rechten of de ontzegging van bepaalde bevoegdheden is uitgesproken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:432Parket bij de Hoge Raad, 15 april 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Schending Leerplichtwet. Verdachte n-o in hb tegen verstekvonnis kantonrechter. Middel 1 klaagt over afwijzing van door vader van verdachte gedane aanhoudingsverzoek en…

  • ECLI:NL:HR:2023:344Hoge Raad, 7 maart 2023 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Uitleg begrip ‘kosten van een raadsman’ a.bi. art. 530.2 Sv. HR: Aan begrip ‘raadsman’ in art. 530.2 Sv komt geen andere betekenis toe dan dat begrip heeft in art.…

  • ECLI:NL:PHR:2023:78Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2023 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Definitie en reikwijdte van de wettelijke term ‘raadsman’ a.b.i. art. 530, tweede lid, Sv. Het oordeel van het gerechtshof dat onder het begrip “de…

  • ECLI:NL:PHR:2022:769Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:828Gerechtshof Amsterdam, 25 maart 2026 (strafrecht)

    GHAMS BRR - begrip ‘raadsman’ in artikel 530 lid 2 Sv - paralegal

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:8416Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 oktober 2025 (strafrecht)

    verzoekschrift artikel 530 Sv afgewezen

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:3981Rechtbank Gelderland, 21 mei 2025 (strafrecht)

    Aanvaring tussen twee vrachtschepen op de Waal. Toepasselijke regels: Rijnvaartpolitiereglement 1995 en de Herziene Rijnvaartakte (Akte van Mannheim 1868). Procedurele verweren: Obscuur libel omdat…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:14462Rechtbank Den Haag, 26 september 2023 (strafrecht)

    Raadkamer, afwijzing verzoek vergoeding kosten gemachtigde ex artikel 530 Sv. Gemachtigde staat niet ingeschreven op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten en kan daarom niet worden…

43 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.