Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 534 Sv

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

  2. 2

    Bij de bepaling van het bedrag wordt ook rekening gehouden met de levensomstandigheden van de gewezen verdachte.

  3. 3

    Indien de rechter beslist tot het toekennen van schadevergoeding, wordt het uit te keren bedrag verrekend met geldboeten en andere aan de staat verschuldigde geldsommen, tot betaling waarvan de verzoeker bij onherroepelijk geworden vonnis of arrest in een strafzaak is veroordeeld of tot betaling waartoe de verzoeker op grond van een jegens hem uitgevaardigde, onherroepelijk geworden strafbeschikking verplicht is, een en ander voor zover die nog niet door hem zijn voldaan.

  4. 4

    In plaats van het toekennen van schadevergoeding kan de rechter beschikken dat de dagen die de gewezen verdachte op grond van een bevel tot inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in detentie heeft doorgebracht – geheel of gedeeltelijk – in mindering worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van een uit anderen hoofde opgelegde onherroepelijke vrijheidsstraf.

  5. 5

    De beschikking wordt onverwijld aan de gewezen verdachte of aan zijn erfgenamen betekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1004Hoge Raad, 30 juni 2026 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Afgewezen vordering tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende maatregel en verzoekschrift ex art. 530.2 jo. 537 Sv tot vergoeding van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:540Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Schadevergoeding na strafrechtelijke optreden. Verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW. Aanvang termijn. Heeft stuiting plaatsgevonden?

  • ECLI:NL:HR:2026:679Hoge Raad, 17 april 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid Staat voor strafrechtelijk optreden. Art. 5 lid 1 en 3 EVRM en art. 37, aanhef en onder b en d, IVRK. Inverzekeringstelling minderjarige (art. 57…

  • ECLI:NL:PHR:2026:198Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2026 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand na afwijzing van vordering tenuitvoerlegging vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2734Gerechtshof Amsterdam, 15 september 2026 (strafrecht)

    GHAMS BRR - art 530 Sv - kosten rechtsbijstand niet in het oog springend bovenmatig

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2732Gerechtshof Amsterdam, 9 september 2026 (strafrecht)

    GHAMS BRR - artikel 533 Sv - gronden van billijkheid na toepassing van art 9a Sr in de strafzaak

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5193Rechtbank Overijssel, 26 augustus 2026 (strafrecht)

    Afwijzing van het verzoekschrift wegens het ontbreken van gronden van billijkheid voor toekenning van de gevorderde schadevergoeding.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:23874Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026 (strafrecht)

    Verzoek 530 Sv. Kosten rechtsbijstand. Last tot toevoeging ingetrokken na sepot. Verweer dat advocaat geen specialisme in jeugdstrafrecht heeft dus geen aanspraak kon maken op toevoeging. Verzoek…

912 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.