Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 126zpa Sv

Geldt sinds 1 oktober 2022

  1. 1

    In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar binnendringt in een geautomatiseerd werk dat in gebruik is bij een persoon en, al dan niet met een technisch hulpmiddel, onderzoek doet met het oog op: a.de vaststelling van bepaalde kenmerken van het geautomatiseerde werk of de gebruiker, zoals de identiteit of locatie, en de vastlegging daarvan; b.een bevel als bedoeld in de artikelen 126zf en 126zg; c.een bevel als bedoeld in artikel 126zd, eerste lid, onder a, waarbij de officier van justitie kan bepalen dat ter uitvoering van het bevel een technisch hulpmiddel op een persoon wordt bevestigd; en, ingeval van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, dan wel een misdrijf dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen; d.de vastlegging van gegevens die in het geautomatiseerde werk zijn opgeslagen, of die eerst na het tijdstip van afgifte van het bevel worden opgeslagen, voor zover redelijkerwijs nodig om de waarheid aan de dag te brengen; e.de ontoegankelijkmaking van gegevens, bedoeld in artikel 126cc, vijfde lid. Artikel 11.7a van de Telecommunicatiewet is niet van toepassing op handelingen ter uitvoering van een bevel als bedoeld in de eerste volzin.

  2. 2

    Het bevel vermeldt, behalve de gegevens, bedoeld in artikel 126za, tevens: a.zo mogelijk een nummer of een andere aanduiding waarmee het geautomatiseerde werk kan worden geïdentificeerd en, indien bekend, dat de gegevens niet in Nederland zijn opgeslagen; b.een aanduiding van de aard en functionaliteit van het technische hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, dat wordt gebruikt voor de uitvoering van het bevel; c.het onderdeel of de onderdelen, genoemd in het eerste lid, met het oog waarop het bevel wordt gegeven en, als dit het onderdeel a, d of e betreft, een duidelijke omschrijving van de te verrichten handelingen; d.ten aanzien van welk deel van het geautomatiseerde werk en welke categorie van gegevens aan het bevel uitvoering wordt gegeven; e.het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven; f.in het geval het een bevel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een melding van het voornemen om een technisch hulpmiddel op een persoon te bevestigen.

  3. 3

    Artikel 126nba, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1122Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2023 (civiel recht)

    Conclusie AG. Prejudiciële vragen hof Den Bosch inzake verschoningsrecht, art. 126ng/ug en 126aa Sv. Filtering verschoningsgerechtigd materiaal door OvJ of R-C? AG gaat in op de grondslag en…

  • ECLI:NL:PHR:2023:477Parket bij de Hoge Raad, 9 mei 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Prejudiciële vragen rechtbank Noord-Nederland over onder meer de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Gegevens vergaard via servers waar EncroChat en SkyECC gebruik…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.