Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 2 Sv

Relatieve bevoegdheid van de rechtbank redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Van de rechtbanken zijn gelijkelijk bevoegd: die binnen welker rechtsgebied het feit is begaan; die binnen welker rechtsgebied de verdachte woon- of verblijfplaats heeft; die binnen welker rechtsgebied de verdachte zich bevindt; die binnen welker rechtsgebied de verdachte zijne laatst bekende woon- of verblijfplaats heeft gehad; die bij welke tegen de verdachte een vervolging ter zake van een ander feit is aangevangen; die welker rechtsgebied grenst aan de territoriale zee alsmede de rechtbank Amsterdam, indien het feit is begaan ter zee buiten het rechtsgebied van een rechtbank of aan boord van een vaartuig dat buitengaats wordt gebracht; de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel en de rechtbank Rotterdam, indien de officier van justitie bij het landelijk parket met de vervolging van het strafbare feit is belast; de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel en de rechtbank Rotterdam, indien de officier van justitie bij het functioneel parket met de vervolging van het strafbare feit is belast.

  2. 2

    In geval van gelijktijdige vervolging bij meer dan ééne rechtbank blijft uitsluitend bevoegd de rechtbank die in deze rangschikking eerder is geplaatst, of, indien het rechtbanken betreft, welke in deze rangschikking dezelfde plaats innemen, de rechtbank waarbij de vervolging het eerst is ingesteld.

  3. 3

    De bevoegdheid tot kennisneming in eerste aanleg van strafbare feiten die op grond van de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie («EOM») (PbEU 2017, L 283) worden vervolgd, berust bij de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel en de rechtbank Rotterdam. 3 De rechtbank Midden-Nederland is bij uitsluiting bevoegd indien een ambtenaar, aan wie bij of krachtens artikel 7, eerste of negende lid, van de Politiewet 2012 of artikel 6, eerste lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de bevoegdheid geweld te gebruiken is toegekend, wordt vervolgd naar aanleiding van het in de uitoefening van zijn functie gebruiken van geweld.

  4. 4

    Met een ambtenaar aan wie bij of krachtens artikel 7, eerste, achtste of negende lid, van de Politiewet 2012 of artikel 6, eerste lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de bevoegdheid geweld te gebruiken is toegekend, wordt ten aanzien van het derde lid gelijkgesteld een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat die in Nederland op door het volkenrecht toegelaten wijze zijn bediening uitoefent en aan wie de bevoegdheid geweld te gebruiken is toegekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:877Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. EOM-cassatie. Beklag a.b.i. art. 552a Sv in verbinding met art. 5.5.18 Sv gericht tegen de inbeslagneming van twee personenauto’s op grond van een Europees bevriezingsbevel (EBB) van de…

  • ECLI:NL:PHR:2025:486Parket bij de Hoge Raad, 22 april 2025 (strafrecht)

    Conclusie PG. Verzoek tot regeling rechtsgebied vanwege positief competentiegeschil (art. 526 Sv) en beroep op onschuldpresumptie (art. 6 lid 2 EVRM). Hebben twee gerechten zich ‘dezelfde zaak’…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1145Parket bij de Hoge Raad, 5 november 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Medeplegen van opzetheling van 960 uit rijdende vrachtwagen gestolen iPhones, art. 416 Sr. 1. Klacht over bevoegdheid vervolging door officier van justitie bij landelijk parket en…

  • ECLI:NL:HR:2024:75Hoge Raad, 23 januari 2024 (strafrecht)

    Huurmoord in Almere. Medeplegen van moord (art. 289 Sr), eendaadse samenloop van medeplegen van in brand steken van vluchtauto (art. 157.1 Sr) en beschadiging (art. 350.1 Sr) en medeplegen van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3645Rechtbank Amsterdam, 26 maart 2026 (europees strafrecht)

    Klaagschrift tegen in beslagname ogv Europees Bevriezings Bevel (EBB). In artikel 5.5.18 Sv is voor klaagschriften die betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van een Europees bevriezingsbevel…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:6106Rechtbank Overijssel, 20 oktober 2025 (strafrecht)

    De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de ontnemingsvordering. De rechtbank heeft zich in de hoofdzaak onbevoegd verklaard om van het ten laste gelegde feit kennis te nemen, kort…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:6107Rechtbank Overijssel, 20 oktober 2025 (strafrecht)

    De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het ten laste gelegde feit kennis te nemen omdat de vervolging van verdachte voor het eerst is ingesteld bij de rechtbank Rotterdam. De…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1926Gerechtshof Amsterdam, 11 juli 2025 (strafrecht)

    Onderzoek Lockyer. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 10 jaren in verband met het invoeren van 488 kilo cocaïne in een kermisattractie, deelname aan een criminele organisatie die zich…

142 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.