Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 116 Sv

Geldt sinds 1 april 2017

  1. 1

    De hulpofficier van justitie of de officier van justitie die op grond van artikel 94, derde lid, in kennis is gesteld van de kennisgeving van inbeslagneming, beslist over het voortduren van het beslag in het belang van de strafvordering. Indien dit belang niet of niet meer aanwezig is, beëindigt hij het beslag en doet hij het voorwerp onverwijld teruggeven aan degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen. De hulpofficier van justitie pleegt desgeraden overleg met de officier van justitie voordat hij de beslissing neemt.

  2. 2

    Indien degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen ten overstaan van de rechter-commissaris, de officier van justitie of een opsporingsambtenaar schriftelijk verklaart afstand te doen van het voorwerp, kan de hulpofficier van justitie of het openbaar ministerie: a.het voorwerp doen teruggeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt; b.gelasten dat het voorwerp ten behoeve van de rechthebbende in bewaring zal blijven, indien teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, nog niet mogelijk is; c.in geval degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen verklaart dat het hem toebehoort, gelasten dat daarmee wordt gehandeld als ware het verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer.

  3. 3

    Wordt een verklaring als bedoeld in het tweede lid niet afgelegd, dan kan het openbaar ministerie de beslissing onder a of b alsnog nemen, indien degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen, zich niet binnen veertien dagen nadat het openbaar ministerie hem schriftelijk kennis heeft gegeven van het voornemen tot zodanige beslissing, daarover heeft beklaagd of het door hem ingestelde beklag ongegrond is verklaard. Op het beklag is titel IX van het Vierde Boek van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Indien een verklaring als bedoeld in het tweede lid niet wordt afgelegd en het openbaar ministerie voornemens is het voorwerp terug te geven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, is het bevoegd het voorwerp reeds aanstonds, in afwachting van de mogelijkheid tot teruggave, aan deze in bewaring te geven, indien degene bij wie het voorwerp is inbeslaggenomen, dit kennelijk door middel van een strafbaar feit aan die rechthebbende heeft onttrokken of onttrokken hield. Degene aan wie het voorwerp is afgegeven, is in dat geval bevoegd het voorwerp te gebruiken.

  5. 5

    Indien het openbaar ministerie overeenkomstig het tweede of vierde lid of de rechtbank overeenkomstig artikel 353, tweede lid, de bewaring van het voorwerp heeft gelast, doet het openbaar ministerie dit voorwerp na het bekend worden van de rechthebbende aan deze teruggeven.

  6. 6

    De in dit artikel bedoelde beslissingen laten ieders rechten ten aanzien van het voorwerp onverlet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:806Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag ex. art. 552a Sv tegen voornemen a.b.i. art. 116.3 Sv om inbeslaggenomen auto aan ander dan klager terug te geven. Oordeel rb dat die ander (als oorspronkelijk eigenaar van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:688Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag ex art. 552a Sv tegen beslag ex art. 94 Sv op twee schilderijen. Nu de rechtbank t.a.v. schilderijen twee beschikkingen heeft gewezen (één t.a.v. klaagster en één t.a.v.…

  • ECLI:NL:PHR:2026:487Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag tegen voorwaarde transactie inhoudende afstand doen van een auto en € 250.000 (art. 552ab Sv). Middelen klagen over de door de rechtbank aangelegde maatstaf en tegen het oordeel…

  • ECLI:NL:PHR:2026:139Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag ex art. 552a Sv tegen beslag ex art. 94 Sv op motorboot. Rechtbank heeft een ander dan de klager/beslagene als redelijkerwijs rechthebbende aangemerkt. Slagende klacht over…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7571Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 augustus 2026 (strafrecht)

    Klaagschrift ex art. 552a Sv, gegrond

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7575Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 augustus 2026 (strafrecht)

    Klaagschrift ex art. 552a Sv, gegrond

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2445Gerechtshof Den Haag, 13 juli 2026 (strafrecht)

    Verzet tegen strafbeschikking. Verdachte niet-ontvankelijk in verzet, na schriftelijke afstandsverklaring. Niet gebleken dat verdachte onder druk is gezet afstand te doen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:4061Rechtbank Midden-Nederland, 6 juli 2026 (materieel strafrecht)

    Procesafspraken. Veroordeling voor het in voorraad hebben van en de handel in geneesmiddelen en het witwassen van een groot contant geldbedrag. Overschrijding redelijke termijn met ongeveer 7 jaar.…

528 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.