Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 59a Sv

Geldt sinds 1 maart 2017

  1. 1

    Uiterlijk binnen drie dagen en achttien uur, te rekenen vanaf het tijdstip van de aanhouding, wordt de verdachte ten einde te worden gehoord voor de rechter-commissaris geleid.

  2. 2

    De rechter-commissaris bepaalt, na daartoe van de officier van justitie een verzoek te hebben ontvangen, onverwijld tijd en plaats van het verhoor en geeft hiervan kennis aan de officier van justitie, de verdachte en de raadsman.

  3. 3

    De verdachte is bevoegd zich bij het verhoor door een raadsman te doen bijstaan. De raadsman wordt bij het verhoor in de gelegenheid gesteld de nodige opmerkingen te maken. De officier van justitie is bevoegd het verhoor bij te wonen en daarbij de nodige opmerkingen te maken.

  4. 4

    De verdachte kan bij zijn verhoor de rechter-commissaris zijn invrijheidstelling verzoeken.

  5. 5

    Indien de rechter-commissaris de inverzekeringstelling onrechtmatig oordeelt, beveelt hij de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte. In het andere geval tekent de rechter-commissaris zijn beslissing in het proces-verbaal van het verhoor aan of, ingeval de verdachte een verzoek tot invrijheidstelling heeft gedaan, wijst de rechter-commissaris het verzoek af. De aantekening wordt door de rechter-commissaris gewaarmerkt.

  6. 6

    De beschikking is gedagtekend, ondertekend en met redenen omkleed. De rechter-commissaris doet deze onverwijld toekomen aan de officier van justitie en de verdachte.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:679Hoge Raad, 17 april 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid Staat voor strafrechtelijk optreden. Art. 5 lid 1 en 3 EVRM en art. 37, aanhef en onder b en d, IVRK. Inverzekeringstelling minderjarige (art. 57…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1251Parket bij de Hoge Raad, 14 november 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid voor strafrechtelijk optreden. Inverzekeringstelling minderjarige. Toetsing aan o.m. de art. 5 EVRM en 3 en 37 IVRK. Betekenis Beijingsregels…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1175Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Medeplegen van invoer en vervoer van zeer grote hoeveelheid cocaïne. Falende klacht over bewezenverklaring medeplegen. Slagende klacht over bewezenverklaring van vervoer van 'zeer grote…

  • ECLI:NL:PHR:2018:573Parket bij de Hoge Raad, 18 mei 2018 (civiel recht)

    Bevoegdheidsverdeling burgerlijke rechter en strafrechter. Strafrechtelijke vervolging tegen agenten wegens doodslag; strafrechter oordeelt het noodzakelijk dat de agenten om veiligheidsredenen…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10524Rechtbank Rotterdam, 14 augustus 2026 (strafrecht)

    voortduren inverzekeringstelling onrechtmatig omdat er geen onderzoeksbelang meer is om de verdachte daarvoor in voorarrest te houden

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1030Gerechtshof Amsterdam, 21 april 2026 (strafrecht)

    Invoer van ong. 646 gram cocaïne te Schiphol in lichaam. In strafmatigende zin wordt rekening wordt gehouden met omstandigheid dat verdachte te laat is voorgeleid bij rechter-commissaris. Oplegging…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:3431Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 oktober 2025 (strafrecht)

    De rechtbank heeft geoordeeld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vordering gevangenhouding ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5 nu de verdachte voor deze feiten na zijn…

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:3726Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 november 2024 (strafrecht)

    Een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan zij redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals is.

108 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.