Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 411 Sv

Geldt sinds 12 juli 2002

  1. 1

    Bij het gerechtshof worden strafzaken, behoudens in de wet genoemde uitzonderingen, behandeld en beslist door een meervoudige kamer.

  2. 2

    Een zaak kan in hoger beroep door een enkelvoudige kamer worden behandeld, indien: a. de zaak naar het aanvankelijk oordeel van het openbaar ministerie van eenvoudige aard is en de verdachte ter zake van hetgeen in eerste aanleg te zijnen laste is bewezen verklaard, een straf of maatregel is opgelegd, en tevens b. de zaak in eerste aanleg door de kantonrechter of de politierechter is behandeld, en daarbij niet een gevangenisstraf van meer dan zes maanden is opgelegd.

  3. 3

    Indien de zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling en beslissing door de enkelvoudige kamer, verwijst zij deze naar de meervoudige kamer.

  4. 4

    De zaak wordt bij verwijzing op de bestaande telastlegging aanhangig gemaakt door aanzegging aan de verdachte, vanwege het openbaar ministerie, van de dag van de nadere terechtzitting. Op deze aanzegging zijn de artikelen 412, derde lid, en 413 van overeenkomstige toepassing. Op de behandeling voor de meervoudige kamer is artikel 377, tweede, derde en vierde lid, mede van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1302Parket bij de Hoge Raad, 29 oktober 2019 (strafrecht)

    Opzettelijk gebruik maken van niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs door bij staandehouding ID-bewijs op naam van neef te overhandigen, art. 231.2 Sr. Is sprake van hetzelfde feit a.b.i. art.…

  • ECLI:NL:PHR:2015:1391Parket bij de Hoge Raad, 26 mei 2015 (strafrecht)

    Gedeeltelijke bevestiging amv Pr door MK Hof. Mag een amv, die wat betreft de inhoud van de gebezigde bwm in overeenstemming met de Regeling amv door Pr, Kr, Eco. Pr, Kr en EK in h.b. (Stcrt. 1996…

  • ECLI:NL:HR:2013:496Hoge Raad, 27 augustus 2013 (strafrecht)

    Dagvaardingstermijn. Artt. 411.2, 413.1, 588a.1, 588a.4 en 590.3 Sv. Ex art. 588a.1 Sv wordt een afschrift van de dagvaarding of oproeping van verdachte om op de tz. te verschijnen toegezonden aan…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BX0146Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2012 (strafrecht)

    Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor…

  • ECLI:NL:GHDHA:2017:3098Gerechtshof Den Haag, 12 oktober 2017 (strafrecht)

    Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle…

  • ECLI:NL:HR:2010:BN7753Hoge Raad, 14 december 2010 (strafrecht)

    Ontvankelijkheid. Art. 411.3 Sv. Verdachte mist belang bij het cassatieberoep en wordt n.o. verklaard in zijn cassatieberoep. HR bespreekt niettemin de in het middel opgeworpen rechtsvraag: Omvat de…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BN7753Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2010 (strafrecht)

    Ontvankelijkheid. Art. 411.3 Sv. Verdachte mist belang bij het cassatieberoep en wordt n.o. verklaard in zijn cassatieberoep. HR bespreekt niettemin de in het middel opgeworpen rechtsvraag: Omvat de…

  • ECLI:NL:HR:2010:BM6652Hoge Raad, 21 september 2010 (strafrecht)

    Profijtontneming. De opvatting dat slechts de meervoudige kamer van een Hof bevoegd is tot kennisneming van ontnemingsvorderingen is niet juist.

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.