Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 533 Sv

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, kan de rechter, op verzoek van de gewezen verdachte, hem een vergoeding uit ’s Rijks kas toekennen voor de schade welke hij tengevolge van ondergane inverzekeringstelling, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat.

  2. 2

    Een vergoeding, als bedoeld in het eerste lid, kan ook worden toegekend voor de schade die de gewezen verdachte heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming die hij in het buitenland heeft ondergaan in verband met een door Nederlandse autoriteiten gedaan verzoek om uitlevering.

  3. 3

    Het verzoek kan slechts worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak. De behandeling van het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.

  4. 4

    De raadkamer is zoveel mogelijk samengesteld uit de leden die op de terechtzitting over de zaak hebben gezeten.

  5. 5

    Tot de toekenning is bevoegd het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan werd of zou worden vervolgd of anders het laatst werd vervolgd.

  6. 6

    Een verzoek om vergoeding van door de gewezen verdachte geleden schade kan ook door zijn erfgenamen worden gedaan en de vergoeding kan ook aan hen worden toegekend. Bij deze toekenning blijft een vergoeding van het door de gewezen verdachte geleden nadeel dat niet in vermogensschade bestaat achterwege. Indien de gewezen verdachte na het indienen van zijn verzoek of na instelling van hoger beroep is overleden, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1004Hoge Raad, 30 juni 2026 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Afgewezen vordering tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende maatregel en verzoekschrift ex art. 530.2 jo. 537 Sv tot vergoeding van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:540Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Schadevergoeding na strafrechtelijke optreden. Verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW. Aanvang termijn. Heeft stuiting plaatsgevonden?

  • ECLI:NL:HR:2026:679Hoge Raad, 17 april 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid Staat voor strafrechtelijk optreden. Art. 5 lid 1 en 3 EVRM en art. 37, aanhef en onder b en d, IVRK. Inverzekeringstelling minderjarige (art. 57…

  • ECLI:NL:PHR:2026:198Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2026 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand na afwijzing van vordering tenuitvoerlegging vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3926Rechtbank Noord-Nederland, 16 september 2026 (strafrecht)

    Schadevergoedingsprocedure ex art. 533 Sv. Sepot wegens gebrek aan bewijs na verdenking van twintigtal moorden. De rechtbank verhoogt de standaardvergoeding voor ondergane inverzekeringstelling en…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2734Gerechtshof Amsterdam, 15 september 2026 (strafrecht)

    GHAMS BRR - art 530 Sv - kosten rechtsbijstand niet in het oog springend bovenmatig

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2732Gerechtshof Amsterdam, 9 september 2026 (strafrecht)

    GHAMS BRR - artikel 533 Sv - gronden van billijkheid na toepassing van art 9a Sr in de strafzaak

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25027Rechtbank Den Haag, 2 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Onrechtmatige overheidsdaad; Begaclaim; gebleken onschuld; onrechtmatige publicatie

693 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.