Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 100 Sv

Inbeslagneming van poststukken redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 april 2009

  1. 1

    In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie ter inbeslagneming de uitlevering tegen ontvangstbewijs bevelen van de pakketten, brieven, stukken en andere berichten, welke aan een postvervoerbedrijf als bedoeld in de Postwet 2009 of een geregistreerde ingevolge artikel 2.1, vierde lid, van de Telecommunicatiewet dan wel aan een andere instelling van vervoer zijn toevertrouwd; een en ander voor zover zij klaarblijkelijk van de verdachte afkomstig zijn, voor hem bestemd zijn of op hem betrekking hebben, of wel indien zij klaarblijkelijk het voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan gediend hebben.

  2. 2

    Ieder die ten behoeve van dat vervoer zoodanige zaken onder zich heeft of krijgt, geeft dienaangaande aan den officier van justitie of aan den hulpofficier op diens vordering de door dezen gewenschte inlichtingen. De artikelen 217-219 zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1122Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2023 (civiel recht)

    Conclusie AG. Prejudiciële vragen hof Den Bosch inzake verschoningsrecht, art. 126ng/ug en 126aa Sv. Filtering verschoningsgerechtigd materiaal door OvJ of R-C? AG gaat in op de grondslag en…

  • ECLI:NL:HR:2022:1762Hoge Raad, 29 november 2022 (strafrecht)

    WOTS-zaak. OM-cassatie tegen ontoelaatbaarverklaring tenuitvoerlegging van in Moldavië aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf. Oordeel Rb dat sprake is van flagrante inbreuk op art. 6 EVRM en dat…

  • ECLI:NL:HR:2021:1661Hoge Raad, 9 november 2021 (strafrecht)

    Caribische zaak. Medeplegen van opzettelijke invoer van marihuana (art. 4.1 jo. 11.2 Opiumwet 1960 BES) en van voorhanden hebben van munitie (art. 3.1 jo. 11 Vuurwapenwet BES) op Bonaire. Motivering…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BU2903Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2012 (strafrecht)

    1. (Voorwaardelijk) verzoek. 2. Verlenging proeftijd. Ad 1. Een verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 en 415 Sv moet stelling, duidelijk en (voldoende) onderbouwd zijn. Het verzoek van de rm voldoet niet…

  • ECLI:NL:OGEAM:2025:140Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 23 december 2025 (strafrecht)

    Rauwelijkse vordering inbewaringstelling van de officier van justitie. Zo een vordering kan ook worden ingesteld als de eerdere inverzekeringstelling onrechtmatig is bevonden. De rechter-commissaris…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:1249Rechtbank Amsterdam, 14 februari 2023 (strafrecht)

    Onherstelbaar vormverzuim. Hiervoor zal strafvermindering worden toegepast. Veroordeling voor het opzettelijk aanwezig hebben van verboden stoffen, voorbereidingshandelingen en het voorhanden hebben…

  • ECLI:NL:OGEAM:2018:47Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 11 juni 2018 (strafrecht)

    Bezwaarschrift tegen uitblijven voorwaardelijke invrijheidstelling is gegrond. Vanwege de toestand van de gevangenis in Sint Maarten, waaronder het ontbreken van enig dagprogramma voor de…

  • ECLI:NL:OGEAA:2015:244Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 26 augustus 2015 (strafrecht)

    Beslissing op bezwaar tegen weigering voorwaardelijke invrijheidstelling. Omvang van de rechterlijke toetsing. Bezwaar is gegrond. Rechter kan niet volstaan met gegrondverklaring en vernietiging van…

26 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.