Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 410a Sv

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Ingeval hoger beroep openstaat en is ingesteld tegen een vonnis betreffende uitsluitend een of meer overtredingen of misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van niet meer dan vier jaren is gesteld, waarbij geen andere straf of maatregel is opgelegd dan een geldboete tot een maximum – of, wanneer bij het vonnis twee of meer geldboetes werden opgelegd, geldboetes tot een gezamenlijk maximum – van € 500, wordt het ingestelde hoger beroep slechts ter terechtzitting aanhangig gemaakt en behandeld indien zulks naar het oordeel van de voorzitter in het belang van een goede rechtsbedeling is vereist.

  2. 2

    De behandeling ter terechtzitting van een ingesteld hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de rechtbank, niet zijnde de kantonrechter, is in ieder geval in het belang van een goede rechtsbedeling vereist indien de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte niet in persoon is gedaan of betekend en zich geen andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. De vorige zin is niet van toepassing in geval de dagvaarding of oproeping binnen zes weken nadat door de verdachte op de voet van artikel 257e verzet is gedaan, rechtsgeldig aan de verdachte is betekend met inachtneming van artikel 36g.

  3. 3

    Indien de voorzitter op grond van de ingediende schriftuur en de stukken van het geding, waaronder het verkorte vonnis of de aantekening van het vonnis, oordeelt dat in het belang van een goede rechtsbedeling behandeling in hoger beroep vereist is, beveelt deze dat de zaak op de voet van artikel 412 in hoger beroep ter terechtzitting aanhangig wordt gemaakt.

  4. 4

    In het andere geval beslist de voorzitter bij een met redenen omklede beschikking dat het hoger beroep buiten behandeling wordt gelaten. Deze beschikking geldt als een beslissing op het rechtsmiddel als bedoeld in artikel 6:1:16, eerste lid.

  5. 5

    Indien de verdachte ingevolge artikel 408a in de zaak is opgeroepen om tegen een bepaalde datum ter terechtzitting te verschijnen geldt de oproeping als ingetrokken door de in het vierde lid bedoelde beschikking.

  6. 6

    Een beschikking als bedoeld in het derde en vierde lid wordt aan de verdachte betekend.

  7. 7

    In het geval, bedoeld in het vierde lid, staat tegen het vonnis waarop de beschikking van de voorzitter betrekking heeft, geen beroep in cassatie open.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:837Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden onder invloed van middelen (art. 8 lid 5 WVW 1994). Het hof heeft verzuimd de tijd die het rijbewijs al ingetrokken is geweest af te trekken van een (voorwaardelijke) ontzegging…

  • ECLI:NL:PHR:2023:869Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Profijtontneming. Artt. 378 en 378a Sv. Middel 1 klaagt dat het hof het mondelinge vonnis van de politierechter ten onrechte heeft bevestigd, nu het (stempel)vonnis geen wettige…

  • ECLI:NL:PHR:2020:620Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Had de fax van de raadsman van de verdachte, gericht aan het hof en inhoudende “Het hoger beroep is gericht tegen de bewezenverklaring en de strafmaat” moeten worden opgevat als een…

  • ECLI:NL:PHR:2018:118Parket bij de Hoge Raad, 13 februari 2018 (strafrecht)

    Conclusie A-G. Herziening. Art. 457 Sv. In de conclusie wordt de vraag besproken of een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU C-358/13 en C-181/14, ECLI:EU:C:2014:2060) grond…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3942Rechtbank Amsterdam, 21 april 2026 (strafrecht)

    Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het openbaar maken van uitlatingen die beledigend zijn voor Joden wegens hun ras en/of godsdienst. Verdachte heeft twee artikelen op een…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:725Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 februari 2026 (strafprocesrecht)

    Verlofstelsel. Verdachte wordt wegens (winkel)diefstal veroordeeld tot een geldboete van € 200,00. Beroep op vrijwillige terugtred verworpen. Het hof is van oordeel dat verdachte zijn weg naar de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:3537Rechtbank Midden-Nederland, 17 juli 2025 (strafrecht)

    De verdachte heeft geen voorrang verleend aan het slachtoffer die op zijn fiets voor de verdachte van rechts kwam. Daardoor is een verkeersongeluk ontstaan, waarbij het slachtoffer onder andere een…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:3767Rechtbank Midden-Nederland, 17 juli 2025 (strafrecht)

    Vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde (overtreding van artikel 6 en artikel 5 van de Wegenverkeerswet). Veroordeling voor het niet verlenen van voorrang. Aan verdachte is een…

74 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.