Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 363 Sv

Geldt sinds 8 maart 2002

  1. 1

    De verdachte die zich ter zake van het ter terechtzitting onderzochte feit in voorloopige hechtenis bevindt, is bij de uitspraak tegenwoordig, tenzij hij daartoe buiten staat is of hij mondeling of schriftelijk te kennen heeft gegeven weg te willen blijven.

  2. 2

    Is zoodanige verdachte tot het bijwonen der uitspraak buiten staat, dan wordt ten spoedigste het vonnis hem ter plaatse waar hij wordt gevangen gehouden, door den griffier voorgelezen, met de kennisgeving in het volgende artikel voor den voorzitter voorgeschreven. Van een en ander wordt door den griffier op het vonnis melding gemaakt.

  3. 3

    Indien de verdachte gevangen wordt gehouden in een ander arrondissement dan dat waar het rechtsgeding heeft plaatsgevonden, kan de voorlezing bedoeld in het vorige lid geschieden door de griffier van de rechtbank in het arrondissement waar de verdachte wordt gevangen gehouden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:664Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Grootschalige DigiD-fraude. 1: Van terechtzitting in hoger beroep zijn twee processen-verbaal vastgesteld met andere inhoud. 2: Voorzitter hof heeft via audiovisuele verbinding…

  • ECLI:NL:PHR:2024:744Parket bij de Hoge Raad, 14 mei 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Verkrachting, art. 242 Sr. A-G maakt ambtshalve opmerkingen over ontvankelijkheid van het cassatieberoep i.v.m. te vroeg ingediende cassatieschriftuur. Klacht over afwijking van uos…

  • ECLI:NL:PHR:2021:969Parket bij de Hoge Raad, 31 augustus 2021 (strafrecht)

    Identiteitsbewijs ex art. 231 Sr. Art. 1 Wet op de Identificatieplicht. Art. 2 Paspoortwet. Is de valse Iraakse identiteitskaart een identiteitsbewijs a.b.i. art. 231 Sr? Blijkens de MvT bij de…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1330Parket bij de Hoge Raad, 27 november 2018 (strafrecht)

    Antilliaanse zaak. Opiumlandsverordening 1960 en Vuurwapenverordening 1930. O.m. bewijsklachten en aanwezigheidsrecht verdachte. CAG: falende bewijsklachten omdat deze grotendeels feitelijke…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1288Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2017 (strafrecht)

    Conclusie AG in de zaak tegen de verdachte in het onderzoek naar de Utrechtse serieverkrachter.

  • ECLI:NL:PHR:2001:AB1523Parket bij de Hoge Raad, 8 mei 2001 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:HR:1958:72Hoge Raad, 13 mei 1958 (strafrecht)

    Medeplegen uitlokking van moord en van medeplegen moord in 1956 in Heer, art. 289 Sr. TBR met dwangverpleging opgelegd. 1. Verzuim niet verschenen getuige op te roepen. 2. Kon hof zaak onderzoeken…

  • ECLI:NL:PHR:1958:8Parket bij de Hoge Raad, 1 april 1958 (strafrecht)

    Medeplegen uitlokking van moord en van medeplegen moord in 1956 in Heer, art. 289 Sr. TBR met dwangverpleging opgelegd. 1. Verzuim niet verschenen getuige op te roepen. 2. Kon hof zaak onderzoeken…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.