Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 557 Sv

Geldt sinds 1 oktober 2022

  1. 1

    In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie, na een daartoe verkregen machtiging van de rechter-commissaris, na inbeslagneming van een geautomatiseerd werk, in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar in een elders aanwezig geautomatiseerd werk onderzoek doet naar gegevens die ten tijde van de inbeslagneming waren opgeslagen of gedurende een periode van drie dagen na de inbeslagneming zijn opgeslagen op dat elders aanwezige geautomatiseerd werk en die redelijkerwijs nodig zijn om de waarheid aan de dag te brengen. Worden dergelijke gegevens aangetroffen, dan kunnen zij worden vastgelegd. De officier van justitie kan dit bevel geven tot uiterlijk drie dagen na de inbeslagneming.

  2. 2

    De officier van justitie kan, ook in het geval hij in de drie dagen na de inbeslagneming van het geautomatiseerd werk nog geen bevel heeft gegeven, na een daartoe verkregen machtiging van de rechter-commissaris en indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een opsporingsambtenaar het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, doet naar gegevens die ten tijde van de inbeslagneming waren opgeslagen of die gedurende een periode van ten hoogste drie maanden na de inbeslagneming zijn opgeslagen op dat elders aanwezige geautomatiseerd werk.

  3. 3

    Het bevel, bedoeld in het tweede lid, kan na een daartoe verkregen machtiging van de rechter-commissaris en indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, door de officier van justitie telkens verlengd worden voor een periode van ten hoogste drie maanden, tot een periode van in totaal zes maanden.

  4. 4

    Het onderzoek naar gegevens in een elders aanwezig geautomatiseerd werk reikt niet verder dan voor zover de gebruiker van het inbeslaggenomen geautomatiseerd werk, met toestemming van de rechthebbende tot het elders aanwezige geautomatiseerd werk, daartoe toegang heeft.

  5. 5

    Artikel 556, vierde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1705Hoge Raad, 18 november 2025 (strafrecht)

    Verkrachting, meermalen gepleegd (art. 242 Sr (oud)), wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr). TBS met…

  • ECLI:NL:PHR:2025:972Parket bij de Hoge Raad, 9 september 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Verkrachting (art. 242 Sr), wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr), mishandeling (art. 300 Sr) en bedreiging (art. 285 Sr). 1. Falende klachten over motivering…

  • ECLI:NL:HR:2024:1729Hoge Raad, 26 november 2024 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Overtreding van voorwaarden bij dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden, terwijl uitspraak waarbij die is opgelegd nog niet onherroepelijk is. 1. Heeft…

  • ECLI:NL:HR:2024:901Hoge Raad, 18 juni 2024 (strafrecht)

    Vernieling van raam van woning, art. 350.1 Sr. Motivering van dadelijke uitvoerbaarheid van vrijheidsbeperkende maatregel (gebiedsverbod en contactsverbod), art. 38v.4 Sr. Kon hof bij zijn beslissing…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:2923Rechtbank Midden-Nederland, 19 juni 2025 (strafrecht)

    Vrijspraak deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Bewezenverklaring voorbereiden of bevorderen van terroristische misdrijven (art. 176b jo 96…

  • ECLI:NL:PHR:2024:656Parket bij de Hoge Raad, 18 juni 2024 (strafrecht)

    Vordering cassatie in het belang der wet. De vordering snijdt diverse rechtsvragen aan op het gebied van de dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden die nog niet onherroepelijk is. Naar…

  • ECLI:NL:HR:2024:647Hoge Raad, 14 mei 2024 (strafrecht)

    Verlaten plaats ongeval door als bestuurder van bromfiets tegen arm van wijkagente aan te rijden en vervolgens weg te rijden, art. 7.1.a WVW 1994. Strafmotivering (taakstraf van 40 uren, subsidiair…

  • ECLI:NL:PHR:2024:250Parket bij de Hoge Raad, 5 maart 2024 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Verlaten plaats ongeval (art. 7 lid 1 WVW 1994). M1: falende klacht over oordeel hof dat het niet anders kan dan dat de verdachte het ongeval heeft opgemerkt. M2: kon het hof…

126 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.