Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 198 Sv

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Het verblijf in de instelling geldt als voorloopige hechtenis, mag den termijn van zeven weken niet te boven gaan, en eindigt zoodra de verdachte in vrijheid moet worden gesteld.

  2. 2

    De rechter-commissaris kan hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte, het bevel, bedoeld bij artikel 196 eenmaal met ten hoogste zeven weken verlengen.

  3. 3

    Op het bevel tot verlenging, overeenkomstig het voorgaande lid, is artikel 197 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het oordeel van een of meer deskundigen achterwege kan blijven.

  4. 4

    De rechter-commissaris kan, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van den officier van justitie of op het verzoek van den verdachte, te allen tijde bevelen dat het verblijf in de instelling een einde zal nemen.

  5. 5

    Onze Minister van Veiligheid en Justitie wijst de instellingen aan naar welke verdachten krachtens een bevel bedoeld bij artikel 197 kunnen worden overgebracht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:510Parket bij de Hoge Raad, 25 mei 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 2.3 Wet forensische zorg (Wfz). ‘s Hofs klaarblijkelijke oordeel dat voor het ambtshalve opleggen van een zorgmachtiging een indicatiestelling in de zin van de Wfz vereist is…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:4395Rechtbank Midden-Nederland, 12 mei 2025 (materieel strafrecht)

    bevel observatie in PBC

  • ECLI:NL:OGEAC:2016:101Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 17 oktober 2016 (civiel recht)

    Schadevergoeding wegens handelen in strijd met goed werknemerschap. Oneerlijke concurrentie. Beveiligingsbedrijf, dat sedert het begin van het Curaçao North Sea Jazz Festival (CNSJ) de beveiliging…

  • ECLI:NL:RBMNE:2016:4279Rechtbank Midden-Nederland, 27 juli 2016 (strafrecht)

    Beslissing rechter-commissaris tot afwijzing van bevel observatie in PBC. De rechter-commissaris geeft de officier van justitie in overweging of plaatsing in het kader van de BOPZ passend is.

  • ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9958Rechtbank Utrecht, 19 juli 2007 (strafrecht)

    Tussenvonnis - heropening en schorsing van het onderzoek teneinde de zaak naar de rechter-commissaris te verwijzen opdat de verdachte ter observatie zal worden opgenomen in het Pieter Baan Centrum te…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.