Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 511d Sv

Geldt sinds 1 juli 2011

  1. 1

    Op de behandeling van een vordering van de officier van justitie zijn de bepalingen van de eerste afdeling van Titel VI van het tweede Boek van overeenkomstige toepassing. De behandeling van de vordering ter terechtzitting kan worden voorafgegaan door een schriftelijke voorbereiding op de wijze als door de rechtbank te bepalen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de schriftelijke voorbereiding.

  2. 2

    Indien een strafrechtelijk financieel onderzoek dan wel een nader strafrechtelijk financieel onderzoek noodzakelijk blijkt, stelt de rechtbank met schorsing der zaak onder aanduiding van het onderwerp van het onderzoek en zo nodig de wijze waarop dit zal zijn in te stellen, de stukken in handen van de officier van justitie.

  3. 3

    Het onderzoek geldt als een met rechterlijke machtiging ingesteld strafrechtelijk financieel onderzoek en wordt gevoerd overeenkomstig de bepalingen van de negende afdeling van de vierde Titel van het eerste Boek, met uitzondering van artikel 126f, vierde en vijfde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:447Hoge Raad, 17 maart 2026 (strafrecht)

    Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Laatste woord gegeven aan raadsman i.p.v. aan betrokkene, art. 311.4 jo. 511d.1 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt weliswaar dat aan raadsman het…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1104Parket bij de Hoge Raad, 14 oktober 2025 (strafrecht)

    Conclusie A-G. Ontnemingszaak. Middel 1, inhoudende dat aan de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken, faalt. Zittingspv bevat een kennelijke misslag. Middelen 2 en 3, waarin wordt…

  • ECLI:NL:PHR:2025:715Parket bij de Hoge Raad, 24 juni 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Profijtontneming. Middel 1 en 2 klagen over verwerping verweer dat sieraden niet aan de betrokkene toebehoren. Middel 3 klaagt dat hof niet heeft gerespondeerd op UOS dat de gestorte…

  • ECLI:NL:HR:2024:42Hoge Raad, 23 januari 2024 (strafrecht)

    Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. bedrijfsmatige hennepteelt van 586 hennepplanten in periode van 22-11-2016 t/m 12-12-2016. Maximale duur van gijzeling als…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:7603Rechtbank Overijssel, 30 december 2025 (strafrecht)

    De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 480.351,68. De rechtbank acht op basis van de wettige bewijsmiddelen aannemelijk dat de veroordeelde voordeel heeft genoten van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:21454Rechtbank Den Haag, 14 november 2025 (strafrecht)

    Procesafspraken. Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling wegens verduistering in dienstbetrekking. De rechtbank schat het wederrechtelijk verkregen voordeel op ruim € 147.000,-.…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:4654Rechtbank Overijssel, 11 juli 2025 (strafrecht)

    De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 210.756,- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde heeft dit voordeel genoten uit…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:4546Rechtbank Oost-Brabant, 20 juni 2025 (strafrecht)

    De rechtbank wijst de vordering van het Openbaar Ministerie ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af. De rechtbank acht zich niet in staat om op basis van de voorhanden zijnde…

161 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.