Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 29c Sv

Geldt sinds 1 maart 2017

  1. 1

    In alle gevallen waarin de verdachte wordt gehoord of een verhoor bijwoont, stelt de rechterlijk ambtenaar de identiteit van de verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin. De rechterlijk ambtenaar is tevens bevoegd de identiteit van de verdachte vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, tweede lid, indien over zijn identiteit twijfel bestaat.

  2. 2

    De verdachte is verplicht op bevel van een rechterlijk ambtenaar een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden en zijn medewerking te verlenen aan het nemen van zijn vingerafdrukken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:638Parket bij de Hoge Raad, 22 juni 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Persoonsverwisseling bij betekening mededeling uitspraak. Cassatieberoep is niet ingesteld door de verdachte op wiens naam bestreden uitspraak is gewezen, maar door de geadresseerde van…

  • ECLI:NL:HR:2018:612Hoge Raad, 17 april 2018 (strafrecht)

    OM-cassatie. Het niet voldoen aan de verplichting om medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, hem opgelegd krachtens het WvSv, art. 447e Sr. O.g.v. art. 55c.2 en 3 Sv…

  • ECLI:NL:PHR:2018:178Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2018 (strafrecht)

    Conclusie AG over de vraag of weigeren mee te werken aan het nemen van vingerafdrukken op de voet van het bepaalde in art. 55c lid 2 Sv betekent dat de verdachte niet heeft voldaan aan “de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.