Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Wbbbg

Huidige tekst

Artikel 30 Wbbbg

Geldt sinds 17 februari 1999

  1. 1

    Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft: a.hij die in strijd handelt met een verbod als bedoeld in artikel 12; b.hij die in strijd handelt met een beperking, bevel of verbod als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 9, eerste lid; c.hij die in strijd handelt met een beperking of een verbod als bedoeld in artikel 17, eerste lid; d.hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in artikel 13; e.hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in het eerste lid van artikel 11, of een voorwaarde als bedoeld in het tweede lid van dat artikel, niet nakomt.

  2. 2

    Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk in strijd handelt met een bevel of verbod als bedoeld in artikel 9.

  3. 3

    De feiten, in het eerste lid strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen, die in het tweede lid strafbaar gesteld, als misdrijven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:475Hoge Raad, 5 april 2022 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet n.a.v. uitspraken HvJ EU in zaken Tele2 Sverige en Watson, Ministerio Fiscal, La Quadrature du Net e.a. en Prokuratuur. Verlenen van toegang tot verkeers- en…

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:2784Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 juni 2023 (strafrecht)

    In strijd handelen met een verbod als bedoeld in artikel 30, eerste lid onder b, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.