Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 546 Sv

Geldt sinds 8 maart 2002

  1. 1

    Zoodra het groote gevaar voor herhaling of voortzetting van het feit is geweken, beveelt de officier van justitie de onmiddellijke invrijheidstelling van den verdachte.

  2. 2

    De rechter-commissaris kan te allen tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van den officier van justitie of op het verzoek van den verdachte de invrijheidstelling van den verdachte bevelen. Artikel 544 is van toepassing.

  3. 3

    De rechtbank kan, ambtshalve of op het verzoek van den verdachte, het bevel tot inverzekeringstelling opheffen. Artikel 69, tweede lid, is van toepassing.

  4. 4

    Het bevel kan mede worden opgeheven bij de uitspraak van het vonnis ter zake van het in artikel 540 bedoelde feit gewezen. De opheffing wordt daarbij steeds bevolen, indien straf of maatregel ter zake van dat feit niet wordt opgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2014:5139Rechtbank Noord-Nederland, 16 oktober 2014 (strafrecht)

    In het geval van aanhouding van een veroordeelde ter voorgeleiding aan de rechter-commissaris (art. 14fa Sr), kunnen de (steun-)bevoegdheden van art. 55 en 55a Sv niet worden toegepast. Evenmin zijn…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.