Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 395 Sv

Geldt sinds 1 juli 2013

  1. 1

    De kantonrechter geeft na de sluiting van het onderzoek op de terechtzitting hetzij onmiddellijk hetzij diezelfde dag op een door hem bij de sluiting van het onderzoek te bepalen uur mondeling vonnis. De artikelen 357 en 359, derde en vijfde lid, blijven buiten toepassing.

  2. 2

    Het vonnis wordt in het proces-verbaal der terechtzitting aangetekend op de wijze door Onze Minister van Veiligheid en Justitie te bepalen a. indien de kantonrechter dit ambtshalve, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte of zijn raadsman, bij de uitspraak bepaalt; b. indien de officier van justitie, de verdachte of zijn raadsman dan wel de benadeelde partij uiterlijk drie maanden na de uitspraak daartoe een vordering indient of het verzoek doet; c. indien een gewoon rechtsmiddel tegen het vonnis is aangewend, tenzij het aanwenden van het rechtsmiddel meer dan drie maanden na de uitspraak is geschied of sprake is van een vonnis als bedoeld in artikel 410a, eerste lid; d. indien het vonnis bij verstek is gewezen en de dagvaarding niet in persoon is betekend en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte bekend was, terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen zijn gehoord dan wel een benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd, tenzij sprake is van een vonnis als bedoeld in artikel 410a, eerste lid.

  3. 3

    Zodra het proces-verbaal der terechtzitting is getekend, kunnen de verdachte, zijn raadsman of de benadeelde partij daarvan kennis nemen. De kantonrechter verstrekt desgevraagd een afschrift van het proces-verbaal aan de verdachte, zijn raadsman of de benadeelde partij.

  4. 4

    Artikel 365, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:926Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (art. 266 en art. 267 Sr). Klacht…

  • ECLI:NL:PHR:2020:199Parket bij de Hoge Raad, 7 januari 2020 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Caribische zaak. Vorderen van gegevens ex art. 177s Sv Sint Maarten. Middel over de nietigheid van de mondeling gegeven vordering tot het verstrekken van gegevens ex art. 177s Sv…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1272Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2019 (civiel recht)

    Procesrecht. Jeugdrecht. Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Mondelinge uitspraak. Wat zijn de gevolgen van overschrijding van de tweewekentermijn voor schriftelijke uitwerking…

  • ECLI:NL:PHR:2019:81Parket bij de Hoge Raad, 29 januari 2019 (strafrecht)

    Antilliaanse zaak. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv m.b.t. betrouwbaarheid van fotoconfrontatie? Het Wetboek van Strafvordering BES bevat geen verplichting ex art. 395, tweede lid…

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:1616Gerechtshof Amsterdam, 25 mei 2021 (strafrecht)

    W&O rijden na WOK melding ( overtreding artikel 48, zevende lid WVW), jeugdzaak, GB € 260,00/ 5 dagenJD waarvan de helft VW

  • ECLI:NL:GHARL:2020:2538Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 maart 2020 (strafrecht)

    Gelijktijdige snelheidsmeting van meerdere motorrijders. Het gedetailleerde en consistent gevoerde verweer van verdachte wordt onvoldoende door het dossier weerlegd. Volgt vrijspraak.

  • ECLI:NL:GHARL:2020:2540Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 maart 2020 (strafrecht)

    Gelijktijdige snelheidsmeting van meerdere motorrijders. Het gedetailleerde en consistent gevoerde verweer van verdachte wordt onvoldoende door het dossier weerlegd. Volgt vrijspraak.

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:4757Gerechtshof Amsterdam, 21 november 2019 (strafrecht)

    als persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969, de in artikel 2, eerste lid, van die wet opgelegde verplichtingen niet nakomen. Geen sprake van een vrijstelling ex art. 11…

48 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.