Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 426 Sv

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Behoudens artikel 425, derde lid, en indien er schriftelijk arrest wordt gewezen, blijft het opmaken van een proces-verbaal van de terechtzitting achterwege en wordt de uitspraak binnen twee maal vier en twintig uur op een aan de kopie van de dagvaarding te hechten stuk aangetekend. De aantekening wordt door de enkelvoudige kamer gewaarmerkt.

  2. 2

    De gegevens die de aantekening, bedoeld in het eerste lid, moet bevatten, worden vastgesteld door Onze Minister van Veiligheid en Justitie. De aantekening vermeldt in elk geval: a.de naam van de rechter, de dag van de uitspraak en de omstandigheid of de uitspraak bij verstek of op tegenspraak is gedaan; b.indien een bewezen verklaring is uitgesproken, het strafbare feit dat het bewezen verklaarde oplevert; c.de opgelegde straf of maatregel, alsmede de wettelijke voorschriften waarop deze is gegrond.

  3. 3

    Zodra de aantekening is gewaarmerkt, kunnen de verdachte en zijn raadsman daarvan kennisnemen. De enkelvoudige kamer verstrekt desgevraagd een afschrift van de aantekening aan de verdachte en zijn raadsman.

  4. 4

    Wordt alsnog aan artikel 425, derde lid, onder b of c toepassing gegeven, dan komt de in het eerste lid bedoelde aantekening te vervallen. De griffier haalt alsdan de aantekening door.

  5. 5

    De enkelvoudige kamer is bevoegd een schriftelijk arrest te wijzen. Op vordering van de advocaat-generaal of op verzoek van de verdachte of zijn raadsman of van de benadeelde partij is zij daartoe verplicht, tenzij naar haar oordeel daarmee geen redelijk belang is gediend. De uitspraak mag alsdan in geen geval later plaatsvinden dan op de veertiende dag na sluiting van het onderzoek. De uitspraak geschiedt zo veel mogelijk door de rechter die over de zaak heeft geoordeeld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:900Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. Diverse bewijsklachten. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar…

  • ECLI:NL:HR:2026:497Hoge Raad, 31 maart 2026 (strafrecht)

    Diefstal, art. 310 Sr. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep omdat ttz. Pr afstand is gedaan van rechtsmiddelen. Gebrek in vaststelling en ondertekening van p-v…

  • ECLI:NL:PHR:2026:175Parket bij de Hoge Raad, 3 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het hof n-o verklaard in zijn h.b., omdat hij afstand heeft gedaan van zijn recht op h.b. Geen proces-verbaal van de terechtzitting in h.b.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:926Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (art. 266 en art. 267 Sr). Klacht…

  • ECLI:NL:PHR:2024:685Parket bij de Hoge Raad, 25 juni 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Turkije. P-v van zitting ontbreekt en is blijkens mededeling rechtbank abusievelijk niet opgemaakt. Volgens AG dient dit verzuim tot cassatie te leiden.…

  • ECLI:NL:PHR:2023:866Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middel 1 klaagt dat bewezenverklaring van poging tot zware mishandeling niet volgt uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen. Middel 2 klaagt over (de motivering van) de verwerping…

  • ECLI:NL:PHR:2023:868Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middel 1. Twee deelklachten over een tekortschietende motivering van het hof in relatie tot de bewijsvoering. Regeling aantekening mondeling vonnis. Middel 2 klaagt over overschrijding…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1164Parket bij de Hoge Raad, 13 december 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden onder invloed, art. 8 WVW 1994. 1. Klacht dat art. 425 Sv is geschonden doordat in het bestreden arrest het (vernietigde) vonnis waarvan beroep niet is aangeduid, 2. Klacht dat…

28 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.