Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 131a Sv

Geldt sinds 1 januari 2007

  1. 1

    Waar in dit wetboek de bevoegdheid wordt gegeven tot het horen, verhoren of ondervragen van personen, wordt daaronder, met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, mede begrepen horen, verhoren of ondervragen per videoconferentie, waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding totstandkomt tussen de betrokken personen.

  2. 2

    De voorzitter van het college, de rechter, de rechter-commissaris of ambtenaar die met de leiding over het horen is belast, beslist of van videoconferentie gebruik gemaakt wordt, waarbij het belang van het onderzoek in aanmerking wordt genomen. Alvorens te beslissen wordt de te horen persoon of diens raadsman en in voorkomende gevallen de officier van justitie, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over de toepassing van videoconferentie. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hierover nadere regels worden gesteld.

  3. 3

    Tegen de beslissing om van videoconferentie gebruik te maken staat geen afzonderlijk rechtsmiddel open.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: a.de eisen waaraan de techniek van videoconferentie dient te voldoen, onder meer met het oog op de onschendbaarheid van vastgelegde waarnemingen; b.de controle op de naleving van de eisen, bedoeld onder a.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:602Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Witwassen en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Falend middel dat de verdachte niet rechtsgeldig over de gewijzigde zittingstijd is geïnformeerd en dat het onderzoek ter…

  • ECLI:NL:HR:2025:1625Hoge Raad, 4 november 2025 (strafrecht)

    Kinderontvoering naar India. Uitlokking medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) en (medeplegen) onttrekking van minderjarige aan wettig gezag (art. 279.2 Sr) door in 2016 in…

  • ECLI:NL:PHR:2025:844Parket bij de Hoge Raad, 2 september 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Opzettelijke invoer van cocaïne, art. 2A Opiumwet. Falende middelen over (1) aanhoudingsverzoek om verdachte in gelegenheid te stellen via videoconferentie deel te laten nemen aan…

  • ECLI:NL:PHR:2025:795Parket bij de Hoge Raad, 15 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Uitlokken van medeplegen van ontvoering en medeplegen onttrekken aan het gezag van 2-jarig meisje door haar mee te nemen naar India (art. 47, 279 en 282 Sr). De verdachte is de vader…

  • ECLI:NL:PHR:2025:744Parket bij de Hoge Raad, 1 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Invoer van cocaïne (art. 2.A en 10 Opiumwet). Falende middelen over verwerping alternatief scenario en overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg bij detentie in het buitenland.…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1948Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 maart 2025 (strafprocesrecht)

    Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 7.493.472,08, verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1975Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 maart 2025 (strafprocesrecht)

    Aanwezigheidsrecht en detentie buitenland. Veroordeling voor het meermalen opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1976Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 maart 2025 (strafprocesrecht)

    Gelet op de omstandigheden van de zaak, oordeelt het hof dat (verdere) vervolging van verdachte louter een formeel karakter zou hebben en niet langer aansluit bij de maatschappelijke realiteit. Het…

28 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.