Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 376 Sv

Geldt sinds 8 maart 2002

  1. 1

    Indien de dagvaarding overeenkomstig artikel 375, derde lid heeft bestaan in een korte aanduiding van het telastegelegde feit, doet de officier van justitie ter terechtzitting bij de voordracht van de zaak mondeling en na voorlezing, schriftelijk nadere opgave van het feit.

  2. 2

    De nadere opgave voldoet aan de eisen van artikel 261, eerste lid; zij geldt voor wat betreft de grondslag van de verdere vervolging als dagvaarding.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2007:BA7897Parket bij de Hoge Raad, 6 november 2007 (strafrecht)

    Art. 427 Sv. Ingevolge art. 427.2 en 427.3 Sv staat tegen arresten van de gerechtshoven betreffende overtredingen beroep in cassatie niet open indien (a) met toepassing van art. 9a Sr geen straf of…

  • ECLI:NL:PHR:1984:AC1393Parket bij de Hoge Raad, 3 januari 1984 (strafrecht)

    Broodje medicijn. Bakkers weigeren gebruik van jodiumhoudend broodzout; de art. 7 lid 1 sub m en 8 sub e Broodbesluit vinden geen wettelijke grondslag in art. 16 lid 1 Warenwet.

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:5233Rechtbank Limburg, 8 juli 2022 (strafrecht)

    Combinatie van gevangenisstraf voor verboden wapenbezit (vuurwapen en stroomstootwapen) en drugs met vordering tot herroeping van voorwaardelijke invrijheidstelling. Is de politierechter bevoegd, ook…

  • ECLI:NL:OGEABES:2019:59Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 5 november 2019 (penitentiair strafrecht)

    woninginbraak - verkeersfeiten

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.