Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 511b Sv

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee jaren na de uitspraak in eerste aanleg bij de rechtbank aanhangig gemaakt. Indien het strafrechtelijk financieel onderzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 126f, tweede lid, is gesloten en heropend, wordt de periode van twee jaren verlengd met de tijd verlopen tussen deze sluiting en heropening.

  2. 2

    De officier van justitie doet bij zijn vordering de stukken waarop zij berust aan de rechtbank toekomen. Artikel 258, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    De vordering wordt aan degene op wie zij betrekking heeft betekend, onder mededeling van het recht op kennisneming van de stukken. Indien een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld wordt de vordering gelijktijdig met de sluiting van het strafrechtelijk financieel onderzoek aan degene tegen wie het is gericht betekend.

  4. 4

    De vordering behelst mede de oproeping om op het daarin vermelde tijdstip ter terechtzitting te verschijnen. De artikelen 260, 263 en 265 tot en met 267 zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:299Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG in de megazaak Eris (liquidaties en voorbereidingen van liquidaties). Middelen over o.m. de rechtmatigheid van de deal met de kroongetuige en de betrouwbaarheid van zijn verklaringen…

  • ECLI:NL:PHR:2026:301Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG in de megazaak Eris (liquidaties en voorbereidingen van liquidaties). Middelen over o.m. de rechtmatigheid van de deal met de kroongetuige en over de enkele ambtshalve constatering door…

  • ECLI:NL:PHR:2026:228Parket bij de Hoge Raad, 10 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit feitelijk leidinggeven aan (medeplegen van) valsheid in geschrift meermalen begaan door rechtspersoon en feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen…

  • ECLI:NL:HR:2026:167Hoge Raad, 3 februari 2026 (strafrecht)

    Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Beginpunt van redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof oordelen dat niet moment waarop…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6874Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 oktober 2026 (strafrecht)

    Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen, behorend bij de strafzaak met parketnummer 21-004212-17. Wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 900.653,85. Legt de betrokkene de…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:10608Rechtbank Noord-Holland, 6 augustus 2026 (strafrecht)

    Ontnemingsvonnis. Grondslag artikel 36e derde lid Sr. Eenvoudige kasopstelling. Overschrijding redelijke termijn.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1827Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 juli 2026 (strafrecht)

    Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in nieuwe ontnemingsvordering, ingediend binnen tweejaarstermijn van artikel 511b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering nadat beslissing tot…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:13210Rechtbank Den Haag, 22 mei 2026 (materieel strafrecht)

    Onderzoek 169-Borium (ontneming). Rechtspersoon. Ontvankelijkheidsverweer verworpen. Wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 332.473,00. Betalingsverplichting vastgesteld op € 149.612,85…

570 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.