Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 325 Sv

Geldt sinds 8 maart 2002

Voor de sluiting van het onderzoek vraagt de voorzitter aan de verdachte die op de terechtzitting door een tolk is bijgestaan of hij bij de uitspraak die niet aanstonds wordt gedaan, aanwezig zal zijn. Indien de verdachte verklaart niet aanwezig te zullen zijn, blijft de oproeping van de tolk voor de uitspraak achterwege. Indien de verdachte verklaart wel aanwezig te zullen zijn, zegt de voorzitter de tolk de datum en het tijdstip van de uitspraak aan; de aanzegging geldt als oproeping.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2014:543Parket bij de Hoge Raad, 15 april 2014 (strafrecht)

    Art. 28 (oud) Wet beëdigde tolken en vertalers. Anders dan het middel betoogt, staat art. 28 niet eraan in de weg dat het verhoor van een persoon die de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerst…

  • ECLI:NL:RVS:2017:1034Raad van State, 12 april 2017 (vreemdelingenrecht)

    CONCLUSIE: Op woensdag 12 april 2017 neemt staatsraad advocaat-generaal Keus een conclusie over bewijsvergaering in boetezaken. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatsraad…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.