Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 265 Sv

Termijn van dagvaarding redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Tussen de dag waarop de dagvaarding aan de verdachte is betekend en die der terechtzitting moet een termijn van ten minste tien dagen verlopen. Ingeval door de rechter-commissaris overeenkomstig de Zevende Titel van het Vierde Boek bevelen tot handhaving van de openbare orde zijn gegeven moet een termijn van ten minste vier dagen verlopen.

  2. 2

    Geschiedt de betekening van de dagvaarding op de wijze als is voorzien in artikel 36d, derde lid, dan kan de verdachte in de akte van uitreiking een verklaring, houdende zijn toestemming tot verkorting van deze termijnen, doen opnemen; hij moet de verklaring tekenen; indien hij niet kan tekenen wordt de oorzaak van het beletsel in de akte vermeld.

  3. 3

    Bij gebreke van het een of ander schorst de rechtbank het onderzoek, tenzij de verdachte is verschenen. Is dit laatste het geval en verzoekt de verdachte in het belang van zijn verdediging uitstel, dan schorst de rechtbank het onderzoek voor bepaalde tijd, tenzij zij bij met redenen omklede beslissing van oordeel is dat de verdachte redelijkerwijs niet in zijn verdediging kan worden geschaad wanneer het onderzoek wordt voortgezet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:416Parket bij de Hoge Raad, 19 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Verdachte is o.g.v. art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Middel klaagt terecht dat de dagvaardingstermijn van art. 413 lid 1 Sv niet in acht is genomen…

  • ECLI:NL:HR:2026:749Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Diefstal d.m.v. verbreking, art. 311.1.5 Sr. Aanwezigheidsrecht. Oproepingstermijn in hoger beroep i.g.v. schorsing van onderzoek ttz. voor bepaalde tijd, art. 319 Sv. Geldt 10-dagentermijn ook…

  • ECLI:NL:PHR:2026:181Parket bij de Hoge Raad, 10 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Gekwalificeerde diefstal (art. 311.1 onder 5 Sr). Middel bevat klacht over schending oproepingstermijn in hoger beroep na schorsing voor bepaalde tijd (art. 319 Sv). De conclusie strekt…

  • ECLI:NL:PHR:2026:8Parket bij de Hoge Raad, 6 januari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Hof heeft verdachte o.g.v. art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Falend middel dat het hof had moeten overgaan tot een inhoudelijke behandeling omdat de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5988Rechtbank Amsterdam, 10 juni 2026 (europees strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit Italië. De opgeëiste persoon is niet verschenen. OM-betekening. De oproep is op correcte wijze aan de opgeëiste persoon betekend. Verweer met betrekking tot de ontvankelijkheid…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1294Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 februari 2026 (strafrecht)

    Nietige dagvaarding. Geprobeerd is deze nog voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting aan verdachte te betekenen. Verdachte heeft echter geen toestemming gegeven voor verkorting van de…

  • ECLI:NL:PHR:2026:9Parket bij de Hoge Raad, 6 januari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Profijtontneming. Hof heeft betrokkene o.g.v. art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Falend middel dat het hof had moeten overgaan tot een inhoudelijke…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:2856Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 augustus 2025 (strafrecht)

    Hoger beroep tegen bevel gevangenneming. Hof gaat in tussenbeschikking in op de procedureregels die van toepassing zijn wanneer een vordering tot gevangenneming wordt gedaan nadat het onderzoek ter…

83 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.