Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 361 Sv

Beslissing op vordering van de benadeelde partij redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    Indien over de vordering van de benadeelde partij gelijktijdig met de strafzaak uitspraak dient te worden gedaan, beraadslaagt de rechtbank mede over de ontvankelijkheid van de benadeelde partij, over de gegrondheid van haar vordering en over de verwijzing in de kosten door die partij, de verdachte en, in het in artikel 51g, vierde lid bedoelde geval, diens ouders of voogd gemaakt. De beraadslaging over de verwijzing in de kosten vindt ook plaats indien artikel 333 toepassing heeft gevonden.

  2. 2

    De benadeelde partij zal alleen ontvankelijk zijn in haar vordering indien: a.de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd, met toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging is afgegeven op de gronden, genoemd in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel 1°, 2° of 4°, van de Wet forensische zorg, dan wel in geval van toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht; en b.aan haar rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezen verklaarde feit of door een strafbaar feit, waarvan in de dagvaarding is meegedeeld dat het door de verdachte is erkend en ter kennis van de rechtbank wordt gebracht, en waarmee door de rechtbank bij de strafoplegging rekening is gehouden.

  3. 3

    Indien behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, kan de rechtbank op verzoek van de verdachte of op vordering van de officier van justitie dan wel ambtshalve, bepalen dat de vordering in het geheel of ten dele niet ontvankelijk is en dat de benadeelde partij haar vordering, of het deel van de vordering dat niet ontvankelijk is, slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

  4. 4

    Het vonnis houdt, tenzij de rechtbank met toepassing van artikel 333 zonder nader onderzoek van de zaak de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij heeft uitgesproken, ook in de beslissing van de rechtbank over de vordering van de benadeelde partij. Deze beslissing is met redenen omkleed.

  5. 5

    Indien de rechtbank de in artikel 51g, vierde lid, bedoelde vordering van de benadeelde partij gegrond oordeelt, dan wijst zij de vordering toe ten laste van de ouders of de voogd en veroordeelt zij hen de schade te vergoeden.

  6. 6

    Voorts bevat het vonnis de beslissing van de rechtbank over de verwijzing in de kosten door de benadeelde partij, de verdachte en, in het in artikel 51g, vierde lid bedoelde geval, diens ouders of voogd gemaakt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:892Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens o.a. medeplegen van diefstal d.m.v. valse sleutel. Middel klaagt over door hof toegewezen vordering benadeelde partij t.a.v. post 'sieraden', welke post door…

  • ECLI:NL:PHR:2026:744Parket bij de Hoge Raad, 25 augustus 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Zware mishandeling. Eerste middel klaagt dat hof beroep op noodweer ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen. Middel faalt, omdat uit vaststellingen hof voldoende blijkt dat verdachte…

  • ECLI:NL:PHR:2026:748Parket bij de Hoge Raad, 25 augustus 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Verkrachting, wederrechtelijke vrijheidsberoving en belaging. Falend middel over verwerping van ontvankelijkheidsverweer inhoudende dat verdachte erop mocht vertrouwen dat belagingszaak…

  • ECLI:NL:HR:2026:1264Hoge Raad, 14 juli 2026 (strafrecht)

    Doodslag, art. 287 Sr. TBS met dwangverpleging opgelegd. Vordering benadeelde partij t.z.v. vergoeding van affectieschade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Kan b.p. (stiefvader van…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:3011Gerechtshof Amsterdam, 22 oktober 2026 (strafrecht)

    Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor diefstal met geweld in vereniging tot een werkstraf. Post-Landeck verweer: het hof volstaat met de constatering van het vormverzuim. Vordering benadeelde partij…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14124Rechtbank Noord-Holland, 12 oktober 2026 (strafrecht)

    Bewezenverklaring van verschillende zedenfeiten, poging tot zware mishandeling en bedreiging waarbij een mes is gebruikt. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 34 maanden met aftrek en een…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6511Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 oktober 2026 (strafrecht)

    Het hof veroordeelt verdachte voor het overtreden van artikel 6 van de Wegenverkeerwet door aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijgedrag met een zwaarbeladen aanhanger. Ten gevolge…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2904Gerechtshof Amsterdam, 8 oktober 2026 (strafrecht)

    Bevestiging van het vonnis waarvan beroep met dien verstande dat (o.a.) de motivering van de oplegging van de maatregel van TBS met dwangverpleging wordt aangevuld en de beslissing op de vorderingen…

2.003 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.