Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 51ac Sv

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    De officier van justitie draagt er zorg voor dat het slachtoffer onverwijld in kennis wordt gesteld van zijn recht om voldoende informatie te ontvangen over de aanvang en voortgang van de zaak, naar aanleiding van een tegen het slachtoffer begaan strafbaar feit. Het slachtoffer wordt in het bijzonder in kennis gesteld van zijn recht om informatie te ontvangen over: a.het afzien van een opsporingsonderzoek of het beëindigen daarvan; b.het niet vervolgen van een strafbaar feit; c.het inzenden van een proces-verbaal tegen een verdachte; d.de aanvang en voortzetting van de vervolging, waaronder de uitvaardiging van een strafbeschikking; e.de aard van het aan de verdachte ten laste gelegde; f.de plaats, de datum en het tijdstip van de terechtzitting; g.de einduitspraak in de strafzaak tegen de verdachte; h.het instellen of uitblijven van hoger beroep; i.de afzonderlijke beslissing waarbij met toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg een zorgmachtiging krachtens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname krachtens de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten wordt afgegeven; j.de in het vierde en vijfde lid genoemde mededelingen en over de maatregel bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de maatregel betrekking heeft op door het slachtoffer zelf geleden schade; k.de tenuitvoerlegging van een uitgevaardigde strafbeschikking.

  2. 2

    Aan het slachtoffer dat daarom verzoekt wordt mededeling gedaan van de aanvang en voortgang in de zaak als bedoeld in het eerste lid. In het bijzonder wordt door de ambtenaar van politie, of de andere opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 onder c en d, ten minste mededeling gedaan van de informatie als bedoeld onder a, wordt door de officier van justitie ten minste mededeling gedaan van de informatie als bedoeld onder b tot en met f en onder h, en wordt door Onze Minister van Justitie en Veiligheid ten minste mededeling gedaan van de informatie als bedoeld onder g, i, j en k van het eerste lid.

  3. 3

    Het slachtoffer ontvangt op zijn verzoek als bedoeld in het tweede lid voldoende informatie om te beslissen of hij beklag zal doen bij het gerechtshof als bedoeld in artikel 12. De mededelingen betreffende de informatie als bedoeld in het eerste lid, onder a en b omvatten naast de beslissing ten minste de motivering of een samenvatting van de motivering van de betrokken beslissing.

  4. 4

    Onze Minister van Justitie en Veiligheid doet het slachtoffer op zijn verzoek onverwijld mededeling van de invrijheidstelling of ontsnapping van de verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, of van de veroordeelde.

  5. 5

    Onze Minister van Justitie en Veiligheid doet het slachtoffer op zijn verzoek mededeling van de maatregelen die voor zijn bescherming zijn genomen indien de verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld of is ontsnapt.

  6. 6

    Indien een aanwijsbaar risico bestaat dat de verdachte of de veroordeelde als gevolg van de mededeling als bedoeld in het vierde en vijfde lid schade wordt berokkend, dan blijft elke mededeling achterwege.

  7. 7

    Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake het recht van het slachtoffer om informatie te ontvangen in verband met de zaak en inzake het doen van mededeling aan het slachtoffer in verband met de zaak.

  8. 8

    Waar deze wet voorziet in een verzoek van een slachtoffer, kan een schriftelijk verzoek langs elektronische weg worden overgedragen met behulp van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen elektronische voorziening.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1225Parket bij de Hoge Raad, 11 november 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Brandstichting (art. 157 Sr). Het eerste middel, dat inhoudt dat het hof aan een geconstateerd vormverzuim ten onrechte niet het rechtsgevolg van strafvermindering heeft verbonden…

  • ECLI:NL:HR:2018:2334Hoge Raad, 18 december 2018 (strafrecht)

    Cassatie in belang der wet. Ongegrondverklaring door RC van bezwaarschrift tegen beslissing OvJ dat aan nabestaande/benadeelde partij (wiens vader door een misdrijf is overleden) geen afschrift of…

  • ECLI:NL:PHR:2018:573Parket bij de Hoge Raad, 18 mei 2018 (civiel recht)

    Bevoegdheidsverdeling burgerlijke rechter en strafrechter. Strafrechtelijke vervolging tegen agenten wegens doodslag; strafrechter oordeelt het noodzakelijk dat de agenten om veiligheidsredenen…

  • ECLI:NL:PHR:2018:179Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2018 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet betreffende het recht van het slachtoffer op kennisneming van processtukken op grond van artikel 51b Sv in het geval (nog) geen vervolging wordt ingesteld.

  • ECLI:NL:RVS:2025:5985Raad van State, 10 december 2025 (bestuursrecht)

    Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over de bestuurlijke boete die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft opgelegd aan een Litouwse transportonderneming. Uit onderzoek…

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:1220Gerechtshof Den Haag, 4 juli 2023 (verbintenissenrecht)

    spreekrecht slachtoffer in strafzaak, onterechte inperking door politierechter, bijzondere verantwoordelijkheid ovj ex Slachtofferrichtlijn 2012/29/EU, vervolgingsmonopolie en beslissingsruimte OM…

  • ECLI:NL:RBOBR:2020:1371Rechtbank Oost-Brabant, 6 maart 2020 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt verdachte voor 4 zedendelicten (poging tot verkrachting en 3x feitelijke aanranding van de eerbaarheid) tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.