Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 151b Sv

Geldt sinds 1 april 2012

  1. 1

    De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bevelen dat van de verdachte van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, tegen wie ernstige bezwaren bestaan, celmateriaal wordt afgenomen ten behoeve van een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, indien hij zijn schriftelijke toestemming weigert. Artikel 151a, tweede en vierde tot en met tiende lid, is van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    De officier van justitie geeft het bevel niet dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld, te worden gehoord. De verdachte is bevoegd zich bij het horen door een raadsman te doen bijstaan.

  3. 3

    Het bevel wordt ten uitvoer gelegd door afname van wangslijmvlies. Indien afname van wangslijmvlies om bijzondere geneeskundige redenen of vanwege het verzet van de verdachte onwenselijk is dan wel geen geschikt celmateriaal oplevert, wordt bloed afgenomen of worden haarwortels afgenomen, zo nodig met behulp van de sterke arm. Het celmateriaal wordt door een arts of een verpleegkundige afgenomen. In bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen kan het celmateriaal worden afgenomen door een persoon die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.

  4. 4

    Het bevel, onderscheidenlijk de tenuitvoerlegging dan wel de verdere tenuitvoerlegging daarvan kan achterwege blijven indien zich naar het oordeel van de officier van justitie zwaarwegende redenen voordoen om het DNA-onderzoek aan ander celmateriaal te laten plaatsvinden, dan wel de verdachte schriftelijk toestemt in de afname van celmateriaal. In geval van zwaarwegende redenen kan het DNA-onderzoek worden verricht aan celmateriaal op voorwerpen, die van de verdachte in beslag genomen zijn, of aan celmateriaal, dat op andere wijze verkregen is.

  5. 5

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de wijze van uitvoering van dit artikel gegeven. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:686Parket bij de Hoge Raad, 17 juni 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Gewelddadige woningoverval (art. 312 Sr). M1: wettelijke basis van DNA-onderzoek waarbij sporenprofielen handmatig zijn vergeleken met het in de DNA-databank opgenomen…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1179Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet naar aanleiding van het Prokuratuur-arrest van het HvJ EU. Het middel betreft de mogelijkheid van een machtiging door de rechter-commissaris…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1180Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet naar aanleiding van het Prokuratuur-arrest van het HvJ EU. Betreft in het bijzonder de voorwaarde dat uit verkeersgegevens ‘precieze…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1181Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet naar aanleiding van het Prokuratuur-arrest van het HvJ EU. Betreft in het bijzonder de reikwijdte van dat arrest en de begrenzing tot…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1053Gerechtshof Amsterdam, 21 april 2026 (strafrecht)

    DNA-afname waarbij een inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van de verdachte. Sprake van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2112Gerechtshof Den Haag, 26 september 2025 (materieel strafrecht)

    Veroordeling wegens verboden vuurwapenbezit (art. 26 WWM) en opzettelijk vervoeren cocaïne en MDMA (art. 2 Opiumwet). Overwegingen over onder meer rechtmatigheid doorzoeking auto na melding van…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:1151Rechtbank Noord-Nederland, 27 maart 2025 (strafrecht)

    Veroordeling ter zake ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, first offender, bewijsoverweging, DNA-verweer, deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:6911Rechtbank Overijssel, 20 december 2024 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt een 23-jarige man tot een gevangenisstraf van 40 maanden. De verdachte heeft samen met zijn vier medeverdachte een plofkraak gepleegd. De verdachten hebben een grote schade…

76 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.