Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 278 Sv

Niet verschenen verdachte ter terechtzitting redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    De rechtbank onderzoekt de geldigheid van de uitreiking van de dagvaarding aan de niet verschenen verdachte. Indien blijkt dat deze niet op geldige wijze is uitgereikt, spreekt zij de nietigheid van de dagvaarding uit.

  2. 2

    Indien de verdachte, bedoeld in artikel 258a, niet in persoon op de terechtzitting verschijnt, beveelt de rechtbank de schorsing van het onderzoek en gelast zij tevens de medebrenging van de verdachte, tenzij zonder onderzoek van de zaak zelf blijkt van nietigheid van de tenlastelegging, onbevoegdheid van de rechtbank of niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie. De rechtbank kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie, op verzoek van de verdachte of van het slachtoffer beslissen dat de schorsing en medebrenging achterwege blijven als de omstandigheden bedoeld in artikel 258a, tweede lid, zich voordoen.

  3. 3

    In geval de rechtbank het wenselijk acht dat de verdachte bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting aanwezig is, beveelt zij dat de verdachte in persoon zal verschijnen; zij kan daartoe tevens zijn medebrenging gelasten. In het geval, bedoeld in artikel 260, zesde lid, is artikel 495a, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Indien de verdachte heeft meegedeeld dat hij zijn verdediging in persoon wil voeren en hij om uitstel van de behandeling van zijn zaak heeft verzocht, beslist de rechtbank op het verzoek om uitstel. De rechtbank willigt het verzoek om uitstel in of wijst het af, waarna in het laatste geval het onderzoek met inachtneming van artikel 280, eerste lid, wordt voortgezet.

  5. 5

    Bij toepassing van het tweede lid of inwilliging van het verzoek, bedoeld in het derde lid, beveelt de rechtbank de schorsing van het onderzoek en de oproeping van de verdachte tegen het tijdstip van hervatting van het onderzoek.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1146Parket bij de Hoge Raad, 5 november 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Medeplegen van opzetheling van 960 uit rijdende vrachtwagen gestolen iPhones, art. 416 Sr. 1. Klacht over geldigheid van de betekening van de oproeping in hoger beroep en daarop…

  • ECLI:NL:PHR:2024:765Parket bij de Hoge Raad, 10 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. 1. Aanwezigheidsrecht verdachte: (a) afwijzing verzoek horen verdachte ttz via videoconferentie en (b) afwijzing aanhoudingsverzoek en herhaald (voorwaardelijk) aanhoudingsverzoek. 2.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:450Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 416.2 Sv. Verstek, heeft verdachte een adres in de zin van art. 36g lid 1 Sv opgegeven? Art. 8 en 9 Richtlijn (EU) 2016/343. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:451Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 416.2 Sv. Verstek, heeft verdachte een adres in de zin van art. 36g lid 1 Sv opgegeven? Art. 8 en 9 Richtlijn (EU) 2016/343. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:10377Rechtbank Amsterdam, 13 november 2025 (europees strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit Griekenland. Tussenuitspraak. Rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie ten aanzien van de effectieve rechterlijke bescherming.

  • ECLI:NL:PHR:2023:59Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. 1. Falende klacht over (impliciete) oordeel hof dat dagvaarding hb op juiste wijze aan vd is betekend en dat hof nader onderzoek moest doen naar reden afwezigheid vd. 2. Falende klacht…

  • ECLI:NL:PHR:2022:707Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. 1. Klacht over oordeel hof dat verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep omdat het niet tijdig is ingesteld. 2. Klacht over beslissing hof om verstek te verlenen. Conclusie…

  • ECLI:NL:PHR:2022:704Parket bij de Hoge Raad, 6 juli 2022 (personen- en familierecht)

    Wvggz: Horen betrokkene. Oproeping.

104 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.